Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat aan de Provinciale Kerkbesturen toekomt. Onbegrijpelijk is het, dat deze besturen zich hun recht en plicht niet bewust zijn, en dat zij er niet tegen zijn opgekomen. Langs dien weg kunnen alle waarborgen, die de Kerk tegen de Synodale wetgevende, rechtsprekende en besturende macht bezit, allengs verdwijnen. Vooral komt door het telkens afwisselend personeel der Synoden langs dergelijke wegen alleen eene gebrekkige wetgeving tot stand.

Ik eindig. Ik heb mij alleen op een historisch en kerkrechtelijk standpunt, geplaatst. Ik wijs nadrukkelijk van mij af alle insinuatiën en beoordeelingen, welke alleen de bewijzen dragen, hoe zelfs zij, die het kerkrecht moesten kennen, met de eenvoudigste geschiedenis onbekend zijn. Maar dit weet ik, dat de leden onzer Kerk meer en meer verplicht zijn om zich behoorlijk bekend te maken met de kerkelijke zaken, opdat niet steeds meer een sect arisch individualisme voortwerke, om alle kerkbewustzijn te verliezen, en alzoo de Kerk sterker te verzwakken, dan hare vijanden het doen kunnen.

Eindelijk — ik spreek geen enkel woord over de bezwaren , die door de Heeren Trenité, Moltzer, Steenberg, Prins e. a., vooral ook door de Synode zijn te berde gebracht: om de eenvoudige reden, dat alle die redeneeringen te pas komen als de wet moest gemaakt worden, maar nu afstuiten op de wet zelve. Ongelukkig de Kerk, indien de verklaring en de toepassing van hare Reglementen door de zoo afwisselende Synoden nog hoogere wet worden dan de geschrevene wet zelve. En alleen op deze beroep ik mij, opdat alle dingen eerlijk en met orde geschieden.

Groningen, _

'« A. VAN TOORENRNBERGEN.

15 Oktober 1870.

Sluiten