Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijne verklaring van het 4e vers gezegd heeft en welke de meening van ZEW. Zeer Gel. is in verband met andere uitspraken in ZEW.'s werken vervat.

Dr. Kohlbrügge zegt: Bladz. 7 van zijne verklaring van Rom. VII: 4: »Maar nu heeft de Wet geene heerschappij • over u; want gij zljt aan dezelve gedood door het Ligchaam «Christi; aan dit Ligchaam heeft de Wet haren dood «gevonden; er is aan de Wet geen onrecht gedaan, zij «is niet ter zijde geschoven en ontluisterd geworden, maar »haar volle recht is haar wedervaren. Hoe is dat toege«gaan? — Zegt de Wet niet: Vervloekt is een iegelijk, die «niet blijft in alles, wat geschreven is-in het boek der »Wet, dat hij het gedaan hebbe? En deze vloek is plechtig over u gekomen;" en verder bladz. 8: j>Het vonnis »is over u voltrokken; maar ziet, hoe machtig is in dit «proces de genade, hoe geweldig! — Niet aan u zeiven is „dit voltrokken; — want dan waart gij in den eeuwigen «dood gebleven, maar aan het ligchaam Ghristi is dit ge. schied, welke aan onze plaats gekomen en gedood is voor «ons. Dit ligchaam Ghristi heeft u te niete gemaakt en »der Wet alles volbracht wat zij van u te vorderen en «aan u te straffen had." — Uit dit een en ander maakt nu de Heer Buyk de gevolgtrekking (bladz. IV van zijn voorwoord) , dat de WelEerw. Zeer Gel. Heer Kohlbrügge van gedachte is, dat de Wet ceremonieel en niet moreel is en dat Dr. K. leert: weg met de Wet, de Christen is vrij van de Wet.

Wij protesteren tegen zulk eene ongeoorloofde gevolgtrekking en verklaren niet te begrijpen, hoe men,wanneer men de aangehaalde verklaring van Rom. VII: 4 aandachtig en onbevooroordeeld leest, zoo iets kan beweren. Het is toch duidelijk, dat aldaar niets anders wordt gezegd, dan dat de geloovigen van de verdoemende en dwingende kracht der Wet ontslagen zijn. Dat zulks inderdaad

Sluiten