Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»het kruis" (namelijk de bedekking, de verzoening onzer booze begeerte), »opdat Christus in ons leve, Zijne genade »in ons heersche en niet de kwade begeerlijkheid. Zullen »wij dan zijn gelijk het tiende gebod ons hebben wil? »ƒ«", »in de genadige toerekening — meen," in zooverre wij

• vleesch ën bloed met ons omdragen. »/a", nogtans —

• in zooverre wij gestadig, als verlorenen, met alle kwade «begeerlijkheid, in oprecht berouw en verslagenheid des

• geestes, onze toevlucht nemen tot de genade des eeuwi-

• g'en Ontfermers, op grond van het eenige offer op Gol-

• gotha. Want alzoo is de tucht des Geestes: Al wat »verloren is — is het verlost, heeft het in waarheid den »Heere Jesus, den Wederbrenger van al wat verlorenis,

• gevonden, heeft het Hem lief — zoo verloochent het «zich zelf en de wereld, het heeft in het geloof de wereld

• overwonnen."

-Wie gelooft deze prediking? Hij, die ze gelooft, heeft

• met zijne kwade begeerlijkheid den strijd aangebonden;

• en is het, dat zij machtig is in hem, noch machtiger,

• ja alles overweldigend, is de reine lust den Heere te

• behagen in oprechte, belangelooze liefde des naasten.

• En deze lust is zonder ophouden werkzaam, totdat wij

• met Paulus zeggen: Ik heb begeerte om ontbonden te

• worden en met Christus te zijn. — Wie deze prediking

• gelooft, heeft de gezindheid Christi in zich, hij heeft,

• hoe ook aangevochten, het tiende gebod in het hart, •benevens het kruis en de liefde des Geestes."

Ons dunkt, dat dit een en ander genoegzaam is en wij gaan dus nog zoo vele andere leerredenen met stilzwijgen voorbij; wie onzer lezers zal bij het lezen dezer aangehaalde woorden niet met ons met verbazing, ja, maar ook met verontwaardiging, aan den Heer Buyk de vraag richten:

• Hebt gij wel ooit verstaan wat gij van Dr. K. gelezen

• hebt?" Wanneer nu op bladz. IV van het voorwoord

Sluiten