Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarna volkomen gewerkt te worden door het Evangelium, en dat God de zijnen niet kastijdt om de zonde, wijl zij geene zonden meer doen.

Nu leze men eens bladz. 19 en 20 van den Heidelb. Catechismus met toelichtende vragen en antwoorden van Dr Kohlbrügge; aldaar heet het o. a. »Hoe erkent gij .gansch bijzonder uwe ellende uit de Wet Gods?" en het antwoord, luidt: -De Wet zegt: doe dat, zoo zult gij .leven. Ik kan het echter niet doen; het volbrengen .vind ik niet, ofschoon ik ook wil; de zonde, die in .mij woont, neemt mij gevangen en sleept mij mede naar .haren wil. Ja, of ik ook al het goede en heilzame van .het gebod erken: - hoe meer inzicht ik erlang, dat .het er met de Wet nauw op aan komt, des te meer .ondervind ik, dat mijne begeerte zich daartegen in»zet. Ik kan met de Wet en met al mijn pogen de .zonde en hare beschuldiging niet te niet maken, niet .dooden in mijn vleesch. Hoe vaak ik de wet ook bij . de hand neem, telkens schend ik haar, in plaats van met »dezelve ook maar ééne -eenige booze gedachte des har,ten te kunnen bedwingen ' en ook bladz. 217 van hetzelfde werk, waar o. a. op de vraag: »zeg mij eens iets .van de heilzaamheid van Gods geboden" door Dr. K. het volgende wordt geantwoord: .Verlangen naarterug»keer tot God, naar verlossing door Christus, naar .hereeniging met God, naar de eeuwige zaligheid, zou .bij geen mensch gewekt kunnen worden, indien God . Zijne geboden niet gegeven had."

Wat nu betreft de leer der Antinomianen, dat God de zijnen niet kastijdt om de zonde, wijl de geloovigen geene zonde meer doen, zoo leze men hierover eens na de leerrede door Dr. K. over .Gods kastijding en hare vrucht," aldaar wordt op bladz. 10 het volgende gezegd: .Maar Gods Heiligen zijn in zich zeiven zondaars, over-

Sluiten