Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»duivelen zouden doen sidderen." Verder lezen wij nog op Bladz. 209 van hetzelfde werk het volgende:

• Wie is de vreesselijkste vijand van den huiselijken »en echten staat? — De duivel; daarom leert hij den »menschen, Gods schepsel voor onheilig te houden en «kloosters te bouwen, of hij werpt zich tusschen man »en vrouw."

Met vermetelheid hebben alzoo de Heer Buyk en diens kerkelijke goedkeurders gelasterd, wat zij niet kenden, en niet wilden kennen, en welke gedachte moet men koesteren van eene Gemeente, die haar zegel drukt op zulke onwaarheden en onzin. Overigens is het niet zonder beteekenis, dat de beschuldigingen door den Heer B. en zijne kerkelijke goedkeurders ingebracht tegen hetgeen Dr. Kohlbrügge leert, merkwaardig overeenstemmen met het oordeel van zekeren Jesuit omtrent eene der eerste en heerlijkste Gereformeerde belijdenisschriften (wij bedoelen de belijdenis der Gereformeerde Gemeenten in Oost-Friesland, uitgegeven reeds in 1528). De Jesuït oordeelde namelijk, dat dit stuk te huis behoorde bij de David Joristen en bij de Libertijnen. Wij meenen, dat deze belijdenis dezer dagen hier te lande in het licht zal worden gegeven; zoo zulks het geval mocht zijn, geve men zich de moeite deze Belijdenis des geloofs eens na te lezen en toetse men er zijne eigene meening aan. -•Maar wellicht zullen de Heer B. en zijne geestverwanten den moed hebben om óók deze belijdenis voor Davidjoristisch te verklaren, gelijk de Jesuït zulks deed.

Wanneer nu de Heer Buyk aan het slot van zijn voorwoord spreekt over het uiteinde van dezulken, die hij voor antinomianen hield, dan moeten wij hem toeroepen: laat ons onszelven geen oordeel over anderen aanmatigen, maar veeleer toezien, dat wij niet bedrogen uitkomen, dat wij waarachtig overeenkomstig den maatstaf der Wet

Sluiten