Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijk werk nog tot de vrome wenschen behoort.

Wat het Hebreeuwsch en de andere Semietische talen betreft, de achterstand is hier in dit opzicht nog veel grooter dan voor de Indo-Germaansche talen. Dr. Porath 1) klaagt erover, dat er geen enkel Hebreeuwsch woordenboek bestaat, dat op wetenschappelijke wijze rekenschap geeft van de beteekenisontwikkeling der woorden. Wel is er een boek van F. E. C. Dietrich, Abhandlungen für Semitische Wortforschung (Lpz. 1844), dat zich voor eenige bepaalde groepen van woorden met een dergelijk onderzoek bezighoudt, maar uit den aard der zaak is dat voor het grootste deel verouderd. Verder heeft men wel in verschillende verhandelingen en opstellen over Hebreeuwsche lexicographie en etymologie verspreide opmerkingen, die hier van belang kunnen zijn, maar systematische studies en vooral vergelijkende onderzoekingen van eenigen omvang ontbreken, zooals gezegd, geheel.

De volgende bladzijden nu bedoelen een bijdrage in die richting te geven voor de Hebreeuwsche en in wat ruimeren zin de Semietische in vergelijking met de Indo-Germaansche talen.

Een groote moeilijkheid wordt bij zulk een onderzoek gevormd door het feit, dat de etymologie van zooveel woorden, die hier in aanmerking komen, zoo onzeker is. Het is waar, dat voor de beteekenis, waarin de woorden tenslotte gebruikt worden, de etymologie weinig of geen waarde heeft. Het woord is een conventioneel teeken, waarvan men zich bedient onverschillig wat zijn oorsprong is2). Waar het echter zooals in ons geval te doen is om een historisch inzicht

!) In Lesjönênoe VII, p. 356 noot 1. — Vgl. ook de scherpe kritiek van Friedrich Delüzsch, Philologische Forderungen an die hebraische Lexikographie (Mitteil. d. Vorderasiat. Gesellsch. 1915, 5) Lpz. 1917 op de Hebreeuwsche woordenboeken, speciaal op dat van Gesenius.

2) Vgl. hierover dc Vooys o.l. p. 17 v.

Sluiten