Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te constateeren polysemie wil eigenlijk niets anders zeggen, dan dat een woord bijna nooit een enkelen strikt preciezen zin, niet een statische waarde, maar een dynamische heeft, zoodat vele associaties mogelijk zijn. Carnoy *) spreekt in dit verband van de „imprécision relative du langage; celuici nest jamais qu'approximatif". Afgescheiden daarvan, dat iemand, die — om een voorbeeld aan het Nederlandsch te ontleenen; het is in de andere talen precies eender — het woord „vroeg" hoort uitspreken, niet weten kan, of de verleden tijd van „vragen" of wel het adjectief bedoeld is, of bij het woord „wijs" zoowel aan het werkwoord als aan het substantief als aan het adjectief kan denken, kan iemand, dié „vuur" zegt, bij den hoorder de gedachte opwekk en aan het vuur, dat verwarmt, aan het vuur, dat vernielt, aan het vuur van de rede, van de liefde, van den ijver, enz. Vooral van abstracta geldt dat in hooge mate. Wat is „stand"? Dat wordt pas duidelijk door den samenhang: de stand van de wijzers, de stand van de zon, rang en stand, de burgerlijke stand, een standje maken, enz. Of: „trek": een trek aan een sigaar, de trek van de vogels, trekken in het kaartspel, trekken van het gelaat, trek in eten enz. Men denke verder aan woorden als dracht, wijs, oplossing en honderden andere.

Deze „imprécision" nu is naar het schijnt in de Semietische talen nog grooter, misschien ook als gevolg van het feit, dat het woord in die talen door het drie-consonanten-systeem als het ware een geringere individualiteit bezit, het woordbeeld minder geprononceerd is. Maar zeker is ook een belangrijke oorzaak daarvan te zoeken in de verbeeldingskracht, de phantazie der Oostersche menschen, die, zooals bekend, bijzonder sterk ontwikkeld is. Waarbij dan speciaal voor het Arabisch de omstandigheid komt, dat daarin eigenlijk de talen van verschillende stammen, die eerst na den Islam tot een

i) O.I. p. 86.

Sluiten