Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ins ,rwp e.d., r6u en ról voor „ballingen" enz.

6. Pars pro toto. Ned. hoofd, kop > „persoon, individu"; Lat. trafes, velum voor „schip"; alphabeth voor de heele reeks

a, b, c Hebr. BW—i ,rW-», Arab. ra's1), capita feoum,

Hebr. Bnn (vgl. adj. Bhn ,BMnin») „nieuwmaansdag > maand , mip Om'p i>X3 ) voor „dak" en „huis", ngrm „tentzeil" > „tent", n^jj? (bij adj. ^'jp „rond", dus:) „rad, wiel" > „wagen" vgl. Lat. rota.

7. Vox media, waarbij een oorspronkelijk neutraal woord zich naar twee (tegengestelde) richtingen ontwikkelt, vaak met overwegende neiging tot één der beide. Vgl. het Ned. woord bevallen; iets bevalt mij goed of slecht. Blijkbaar werd dit woord zoo vaak in bonam partem gebruikt, dat het enkele „dit bevalt mij" zooveel werd als „het behaagt mij". — Gr. ëgxeodai, x<óqsiv, Lat. cedere, fama, fortuna, Ned. naam, Hebr. ~W (btt 'D en p -o), ottK Hierbij behooren ook woorden als Fr. merci (uit Lat. merces): „genade" (van het subject uit gezien) en „dank" (van het object), Lat. gratia „genade, dank" daarnaast ook „gratie, bevalligheid"; evenzoo Gr. %Ó£>te, Hebr. p (|n rvb; {n,—i npe»)) in dezelfde verschillende beteekenissen. Vgl. nog de overeenstemming in beteekenis tusschen de adverbia %&qw, gratis, Q^rj ..om niet".

8. Euphemisme. Ned. heengaan (voor „sterven"), om~ komen, overlijden, ombrengen, Lat. ofcire, requiescere, expirare, decedere, perire, interficere, Hebr. TON (eigenlijk „wegloopen" (dier), „verdwalen"), Arab. halak, bad, laat-hebr. -it3SJ Syr. -UI? alle — ..heengaan — sterven". Talm. en Syr. id. Hebr. *pa „vervloeken", „helderziend" voor „blind".

*) Daaruit Spaansch res „een stuk vee" (zie hierover Seybold in Orientalische Studiën Th. Nöldeke gewidm. II, p. 760). Dat Hatzfeld (p. 67) dit ,tres van Lat. res afleidt berust op een vergissing.

Sluiten