Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ruim, recht, krom en tientallen andere.

In de Semietische talen heeft men hetzelfde verschijnsel. Het spreekt volstrekt niet vanzelf en is daarom opmerkelijk, dat men het adjectief zwaar (oorspronkelijk van een last) in uitdrukkingen als „zware rouw, een zware hongernood, zware pest" in het Hebr. letterlijk kan vertalen met-imioit/aajno-OY „zware zonde": irsü nafó 1? nnNBm enz. Bvenzoo Lat. gravis, Gr. fiaQvg enz. Naar een anderen kant ontwikkelt zich uit het begrip „zwaar" = gewichtig de zin van „aanzienlijk, deftig" (gravis), „kostbaar, duur" en verwante beteekenissen. Vgl. het subst. 1133 „vermogen, eer, aanzien" en het adj. —ipi (oorspr. „zwaar"). Ook het omgekeerde: licht (last)leicht-gemakkelijk heeft zijn parallel in de Semietische talen: Hebr. Sp. enz. Licht wordt dan weer: „minderwaardig"; vand. Hebr. denom. Hïp „geringschattend behandelen" > „vloeken".

De begrippen „benauwd, angstig, nood", enz. gaan in vele talen uit van „nauw", eng". Ned. angst, benauwd, naar (Eng. narrou>), benard, ook bang (<be-anghe). Gr. otevóg en oxévos, (adj. en subst.), Hebr. (mx ,pis Aram. pw enz.1). Omgekeerd leiden de begrippen „ruim, wijd" met hun derivata tot de beteekenis „redding": Hebr. jpenn (Arab. ws' „wijd, ruim zijn") am .nn, Arab. frg. Daardoor komt het, dat b.v. Hebr. ,-Kfl beteekent „openen" ( ns ) en „redden ( yxs)

„Licht, glanzend" worden tot „vroolijk, blij". Vgl. Ned. glad (oorspr. „glinsterend, glanzend") — Eng. glad2). Arab. big „schitteren, lichten" (dageraad), „vroolijk zijn", ablag, „schitterend, vroolijk"; Hebr. j^nn 8). Syr. j—igjst, „glanzen,

1) Voor analogieën in het Perzisch zie Scheftelowitz, Die altpersische Rel. und das Judent. Giessen 1920, p. 147.

2) Voor het Perzisch zie Scheftelotvitz ib. p. 148.

3) De plaats Jer. 8, 18: TI ^i» "hv ftf "hv VtxhSK) geldt altijd als moeilijk en men heeft haar op verschillende wijzen willen emendeeren. Ik zie in ,n,J,TOD een part. vr. enk. hi. met suff. v. d. Ie pers. en vermoed, dat Jer. hier, zooals ook elders, aan zijn moeder denkt (vgl. 15, 10 en 20, 14 vv.). De vertaling is dan: „O (moeder), die mij placht op te

Sluiten