Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

varbazen"; Hebr.Vtn „woest" (Arab. tih „woestenij"), Aram. itnn „in stomme verbazing raken"1); Syr. Ntnn 1. „onvruchtbaarheid", 2. „verbazing". Het partic. hitp.nNntró Gen. 24, 21 van nNtf „woest, verwoest zijn" (oni? Wltf ,nDDttf nNCTi) wordt gewoonlijk opgevat als „verwonderd aanstaren". Wellicht valt in dezen samenhang ook nog te noemen INÖ Win Jer. 2, 12 (// yoiff ■), dat dan zou beteekenen: „ontzet u" (naast 3TI „woest zijn"), maar dit is onzeker. — Het verbindende element in al deze gevallen is ongetwijfeld het bewegingloos zijn, verstijven; vgl. Lat. torpere (torpor „verstjjving, verlamming, ontsteltenis"), rigere, Gr. oiyéco. Hieruit wordt dan ook duidelijk dat laat-Hebr. nnft» (= nttv ), Aram. VTtt*, subst. nintf beteekent „wachten, blijven" 2), Arab, shw „achteloos zijn, verzuimen" < „bewegingloos zijn"3). QDVl&Ti enz. beteekenen dus eigenlijk „het verstijven, verstarren", speciaal van den blik, (Jes. 59, 16 // N7l en Jes. 63, 5 // B'lNl). Vgl. Ned. staren verw. met star en ook met Lat. sterilis. Gr. otetga „onvruchtbaar", otegeós „hard, stijf".4) In nnn&*D Gen. 24, 21 kan dus even goed liggen: „was stom verbaasd" als „wachtte (bewegingloos) stil" op haar (vgl. het erop volgende B^inD ).5)

J) In Ber. R. ad Gen. t, 2: Y~ÖI Vt!""I leest men eenige malen Nnill Nilin in den zin van „sprakeloos en onthutst"; i

a) Zoo komt ook laat-Hebr. PflDi-! „wachten" van een stam |t~lQ (Arab. mtn) „stijf, stevig, vast zijn"; vgl. ook Arab. votn X „hard, stevig

zijn, blijven" en Ital. fermare.

3) De beide beteekenissen „blijven, vertoeven" en „verzuimen, nalaten" zijn ook vereenigd in Syr.

4) De verhouding tusschen de besproken beteekenissen is dus zeker anders dan S. Frankel (Beitr. z. Assyriologie, III, p. 68) zich die naar aanleiding van inn — Arab. t&h, tih enz. voorstelt(in navolging van de Arabische lexicographen): „Wenn die Araber tih, matiha als „den Ort, wo man angstlich umherirrt" erklaren, so werden sie darin wohl Recht haben".

8) Over Hebr. ?3N oorspr. „dor, woest zijn" > „treuren" vgl. G. R. Driver in ,/Occident and Oriënt" (Gaster Anniversary Volume), London 1936, p. 73 w.

Sluiten