Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Hebr. is in dit opzicht zeer leerzaam1). Hebr. on? = Aram. lahm „vleesch" heeft, zooals bekend, de beteekenis „voedsel, brood" gekregen. De oorspronkelijke zin (vgl. ook OW?) is nog in enkele teksten bewaard. Het woord nKWö, volgens Gesenius WB. „unklarer Etymologie", moet mijns inziens afgeleid worden van "W, dat „vleesch" beteekent (ook als voedsel, Ps. 78, 20) dan: „voedsel" in het algemeen: Ex. 21, 10:ina> K? nnJWI nnx» nTNTi). Blijkbaar is dat woord dan evenals Drr? ook eenmaal voor „brood" in gebruik gekomen, maar in die beteekenis spoedig verdrongen door Dn?. Het woord mtWö „baktrog" is daarvan dan nog het eenige spoor. Ook TS 8) en rpt> *) behooren hierbij; zij beteekenden alle oorspronkelijk „dierlijk voedsel", dan „voedsel" in het algemeen. — Over de werkwoorden voor eten in dit verband zie verderop.

Dat Lat. famuhis („slaaf") en familia („slavenstoet, familie") met elkaar samenhangen, stsat vast. Dietrich8) schrijft hieromtrent: „Zur Familie wird gerechnet und ahnlich bezeichnet die Dienerschaft...". Anderen zijn van meenu^-, dat de beteekenis „slaaf, huispersoneel" primair is. In elk geval heeft men in Ned. gezin vergeleken met Dui. Gesinde blijkbaar dezelfde combinatie; de oorspronkelijke beteekenis van dit woord schijnt te zijn „reisgenoot, reisgezelschap", enz. (Franck-v.Wijck). Gr. doviog= „slaaf" beteekende oorspronkelijk „huis" 6). Merkwaardig in dit verband is nu Hebr.rWBtP „slavin" — nnflBrö „familie". Verder komt met Arab. whs „Gesindel, eig. Stammbaumlos" (Gesenius WB. s.v.) etymologisch overeen Hebr. VW „familie" en zijn derivaten. Hoe dit

1) Ik heb hierover vroeger in het Theol. ÜJdschr. (Leiden) 1916 p. 353 w. geschreven.

2) Zoo ook in de Joodsche overlevering: mjirtt mtW. Eigenaardig is de verklaring, die Aben Ezra ad Ex. 21, 10 voor deze beteekenis geeft:

men mnm mtw töjw hjvö mm.

8) Onjuist in de WBB. onderscheiden als I en II.

*) Ten onrechte heeft Bacth. Etym. Studiën, p. 36 Cj"ID in den zin van „voedsel" met Arab. rrf in verband willen brengen. Dit is reeds terecht door Frankel (Beitr. z. Ass. III, 77) bestreden.

s) O.I. p. 254.

s) Zie de plaatsen in F. Muller 's WB.

Sluiten