Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„goedgunstig was, ofschoon God niet vreezende, deed hij ons üregt, gaf ons raad, en met opgaaf van 19 personen volgens wet „konden wij honderden toelaten, en zoo menig maal er gepredikt „werd zond hij ons een veldwachter niet om ons te beletten „maar om te beschermen. „Een ander was de oude Heer J. Baan68) die ons altijd verdédigde en geen lasterwoord toeliet. Zijn invloed was ons ten „goede." Eere voor deze magistraat en deze invloedrijke bewoner van Geesteren.

Het jaar 1840 gaat voorbij. De bezielende prediking van Ds Wildeboer trekt velen aan. Van verre zijn de menschen gekomen als hij sprak, uit Varsseveld, Aalten en Winterswijk, uit Enter en Holten. £%jQ. ,,

Op de kerkvergadering van 1 Jan. 1841 is Ds Wildeboer zeil tegenwoordig. Dan maakt hij de zeer juiste opmerking dat de ouderlingen en diakenen eigenlijk de leden der Vergadering uitmaken, doch dat de overige leden der gemeente slechts een raadgevende stem hebben. Toch ontbrak het nog aan voldoende leiding in dit opzicht. Afzonderlijke kerkeraadsvergaderingen worden niet gehouden. Alles gaat verder zijn gewone gang.

Ds Wildeboer is sedert 1 April 1841 in Lochem woonachtig. ) Er zal voor hem een huis worden gebouwd.65) Hoffman zal f 1200— voor de bouwkosten van de pastorie opnemen.

Maar nog voor het huis gereed is, gaat Ds Wildeboer reeds vertrekken. Op den derden Juni van hetzelfde jaar 1841 is er een samenkomst van broeders uit Holten, Winterswijk, Varsseveld. Geesteren, Gelselaar en Lochem. Dan deelt de predikant mede dat hij een beroep zal ontvangen uit de plaats t Zandt in Groningerland. Het algemeen gevoelen der afgevaardigde broeders is dat de dienaar des Woords moet worden vrijgelaten, aangezien er te groote bezwaren verbonden zijn aan het werken vanuit Lochem in de geheele Achterhoek.

Op de volgende vergadering - 26 Aug. 1841 - wordt aan Ds Wildeboer een attestatie meegegeven van de volgende inhoud: De ondergeteekende Opzieners en Diakenen der Christelijk

Afqescheiden Gemeenten van Lochem—Geesteren en Winters"wijk verklaren, dat zij sedert den tijd. dat hun herder en Leeraar "k Wildeboer in hun midden heeft werkzaam geweest, niet de "minste aanmerking hebben gemaakt op Zijn Eerw. leer en wan' del maar integendeel met veel vrucht en zegen het woord der '.'.waarheid hebben horen voorstellen, alsmede de teekenen en

zegelen des Verbonds ontvangen, noch door uitwendige gemaakte bezwaren van bovengen.

Leeraar. wegens den wijd uitgestrektheid der Gemeenten aan "de eene zijde, alsmede de wettige roeping der Gemeente van "t Zand aan de andere zijde, vinden zij geene vrijheid om zijn Iew. te verhinderen deeze roeping aan te neemen."

63) Hij was een vooraanstaand persoon in Geesteren. M) Zooals blijkt uit de Not 1 April 1841.

w) Op de offideele vergaderingen wordt over deze zaak niet gesproken!

Sluiten