Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„gevolge van het vaststellen van vormen en banden waardoor „de Christelijke vrijheid in banden en de ontwikkeling wordt „belemmerd of weggenomen staat Hij dan alleen of zij met Hem?"

Het antwoord luidt: (de gemeente geeft) „haren opziender als „afgevaardigde tot de Sinode den last om aan de sinode te ver„klaaren dat indien hij om bovengenoemde reden en zoodanige „andere meer zich gedrongen gevoelt om de Gemeenschap en „Kerkelijk leven met veele tegen over ons staande Broeders „moet verlaten de Gemeente met hem gaat al is het ook dat zij „als eenige op onzen Vaderlandschen bodem moet staan."

In verband met de leiding die 'Meengs aan de gemeente kan geven, wordt de behoefte aan een „Leeraar" niet zoo sterk meer gevoeld. Een verzoek van Winterswijk om in combinatie te beroepen wordt dan ook afgewezen (1849 en 1850) 95) Bovendien wordt telkens hulp geboden door de predikanten Bulens van Varsseveld96) en Breukelaar van Aalten.97) Hun langdurig verblijf in den Achterhoek gaf hen groot gezag. Naar hun woord werd ook in Geesteren gaarne geluisterd.

Daarbij werkten hier de predikanten Schuurman98) en Weening 99) van Holten en Koopman van Winterswijk. 10°)

In dezen tijd blijkt het kerkje telkens herstel noodig te hebben. Lang schijnt het te duren voordat de voltooiing gekomen is.101) Telkens wordt er geschreven in de notulen over het afpleisteren, bevloeren enz.

Op 5 Dec. 1855 is een belangrijke kwestie aan de orde: over de kerkdiensten op de feestdagen. Er wordt besloten de tweede Paaschdag, Pinksterdag en Kerstdag af te schaffen „als zijnde een „terugkeer naar de Apostolische eenvoud op Apostolische grond." Als reden werd voorts aangegeven „dat men daardoor eene „rigting ging bestrijden wier algemeene strekking het was om „de zondelust hare vrije teugel te doen vieren omreden dat die „dagen daar algemeen toe gebruikt wierden."

Opmerkelijk is het verzoek van broeder J. H. Kolkman den 6den Jan. 1856. Jan Harmen was toen 24 jaar. „Of het vrij zou „staan om des Zondagsavonds zangschool bij te wonen bepaalt „ten doel om zich In derzelver kunst te oefenen," „waarop de „meerderheid zich verklaarde er geen bezwaar in te zien, tot „zoolang er geen ongeregeldheden plaats vinden, die strijden

95) Not. 23 Juni 1849. Vrees voor financieele moeilijkheden. Not. 11 Sept. 1850 „ook vond men hier nog het voorregt van onderwijs waarover Winterswijk zeer klaagde". (Ziet op werkzaamheid van J. Meengs). Zie ook: J. Waterink a.w. pag. 7/8.

98) J. F. Bulens pred. te Varsseveld 1854—1889. Zie over hem: J. van der Sluis: Gods werk in de Graafschap. J. Scholten: Opnieuw in Vrijheid.

97) D. Breukelaar pred. te Aalten 1846—1888.

98) J. Schuurman pred. te Holten 1846—1859.

99) H. Weenink pred. te Holten 1859—'64, broeder van Martinus Weenink uit Geesteren, vader van Everhardus Adrianus Weenink.

ioo) -w. Koopmann pred. te Winterswijk 1852—1855.

101) Zoo wordt nog 8 Maart 1854 een commissie benoemd bestaande uit J. Meengs en B. Welmers tot „afwerking der kerk".

Sluiten