Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzoek betreffende de oprigting, zich alleen daarop grondt, dat de afgescheidene Gemeente thans in het bezit is van een geschikt kerkgebouw, even buiten het dorp, waarheen een weg leidt die in voldoende staat is, en dat de plaats waar deze kerk gevestigd is niet in strijd met het belang der openbare orde, hetwelk ten aanzien van de plaats waar de nieuwe kerk zoude worden gevestigd, zijnde op een afstand van ruim 70 Ellen van de Hervormde kerk verwijderd, nog onzeker is.

Overwegende verder, dat in de bovenaangehaalde missive van Burgemeester en Wethouders voornoemd, dd. 2 January 1.1. no 14, wordt gezegd: dat de bedoelde oprigting om geene andere reden in strijd met het belang der openbare orde door hen geacht wordt dan daarom dat de meerderheid der Hervormde inwoners van het dorp er tegen is, waaruit ontevredenheid en mogelijke conflicten kunnen ontstaan, schoon zij nog geen reden hebben om te vermoeden dat die ontstaan zullen en zij overigens herhalen dat de Godsdienstoefening in de kerk der Hervormden geen hinder van de voorgenomen oprigting te wachten heeft;

Overwegende, dat uit het bovenaangehaalde door Burgemeester en Wethouders in originale overgelegde aan hen gerigte missive van Kerkvoogden en Hervormde gemeente te Geesteren d.d. 25 January j.1. blijkt, dat kerkvoogden de oprigting op de bedoelde plaats niet raadzaam achten, omdat die aan de goede verstandhouding tusschen de ingezetenen, welke in den laatsten tijd bestaat ligt afbreuk zoude kunnen doen, terwijl zij de vrees uiten, dat het kerkgezang, wanneer in den zomer de deuren der kerkgebouwen openstaan, hinderlijk zou kunnen zijn;

Overwegende, dat echter het voormelde verslag van het bovengenoemde Lid dezer vergadering doet zien, dat bij de oprigting van de bewuste kerk geene vermindering der goede verstandhouding tusschen de ingezetenen te verwachten is; terwijl de voormelde rapporten van het plaatselijk bestuur het bewijs leveren dat de vrees, dat ten gevolge van de oprigting der bewuste kerk, de openbare orde zal worden gestoord geheel ongegrond is te achten; en voorts dat de ligging der bestaande en der op te rigten kerk en de inrigting daarvan ls van dien aard, dat het geluid van het kerkgezang bij het gelijktijdig houden van Godsdienstoefeningen, zelfs bij het openzetten der deuren, niet van het eene naar het andere gebouw zal worden over-

^Gelet'op art. 7 der wet van 10 September 1853 (Staatsblad no 102) , h

In hooger beroep uitspraak doende op het hierboven vermelde adres van het kerkbestuur voornoemd;

Hebben goedgevonden: Te verklaren dat er uit het oogpunt der openbare orde geene bezwaren tegen de oprigting der kerk op de bedoelde plaats bestaan.

En zal extract dezes door tusschenkomst van Burgemeester en Wethouders van Borculo aan adressanten worden gezonden.

Accordeert met voors. register De Griffier der Staten. F. J. D. BAUER.

Sluiten