Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE 4.

Uit de brief van Thos. E. Welmers, Prof. aan het Hope-College te Holland Michigan.

Vereenigde Staten van Amerika.

8 Juni 1939.

Over de emigranten uit de kerk van Geesteren—Gelselaar.

En nu vraagt U van mi] iets te vertellen van degenen, die

Geesteren—Gelselaar hebben verlaten en hier zijn gekomen. Dat doe ik graag, maar ik moet mij beperken tot algemeenheden. Met betrekking tot sommigen zou ik vele bijzonderheden kunnen noemen, maar dat zou niet een brief maar een boek worden.

De mensch blijft mensch. Hij wordt geboren, groeit op (niet allen) ondervindt het zoete en het zure van dit leven, en sterft. Dit is waar van den mensch in Nederland en Amerika. Zoo is het geweest met de betrokken personen; toch moet erkend dat ze over het algemeen zeer voorspoedig zijn geweest. Wij weten niet van een die schatrijk is geworden, maar ook niet van een, die men dood-arm zou noemen. De Heere heeft hen allen welgedaan.

Ook mag ik niet verhelen, maar liever moet ik de nadruk leggen op het feit, dat op een enkele na de nakomelingen zoowel als de ouders getrouw zijn gebleven aan de godsdienstige beginselen geleerd in de vroege dagen van de gemeente te Geesteren. Uit hetgeen mi] verteld werd door mijn ouders en ik opgedaan heb vooral van de Meengs, gevoel ik dat de strijd in Geesteren— Gelselaar op kerkelijk terrein een invloed ten goede heeft gehad, waarvan de vruchten nog heden te plukken zijn. Strijd verwekt overtuigingen; en dezelfde geest der vaderen in Nederland is openbaar in menigeen van de afstammelingen. Niet tot roem der gemeente Geesteren—Gelselaar, maar tot de eere Gods moet het gezegd worden dat God die gemeente heeft willen gebruiken om de kerk hier te zegenen met mannen van beginsel en heldenmoed. Het noopt ons hier tot ootmoedigen dank dat onze vaderen in de gemeente waarvan u leeraar is zijn gekweekt.

Hoewel niet één werelds- of landsberoemd is geworden, zijn toch vele van de nakomelingen in hunne onmiddellijke omgeving zeer invloedrijk geweest. Uit de Meengsfamilie zijn een tiental leeraars geworden, en van de Welmers twee. Het getal diakenen en ouderlingen is niet te berekenen. De gemeenten te Holland, Zeeland, Vriesland bedienden zich van de Meengsfamilie in de kerkeraden. De Welmersfamilie is niet zoo groot, maar Evert, Albert, Arend Jan en Antonie dienden in Grand Rapids; en nu kinderen en aangetrouwde kinderen.

Verscheidene van de nakomelingen zijn geneesheeren geworden. Een zoon van mijn zuster staat aan 't hoofd van. een groot teringlijdersinrichting te Grand Rapids. Anderen zijn op de boerderij, volgen ambachten van verschillenden aard en bekleeden plaatsen van eer en invloed op velerlei gebied.

Zoo kan ik voortgaan. Het gaat hier zooals in Nederland} de

Sluiten