Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ambtelijken dienst. Dit treft te meer, als we bedenken, dat aan mij alleen, evenveel jaren arbeids onder u werden gegund, als mijn drie voorgangers saam zich zagen toegeteld. Daarom laat een gevoel van weemoed zich ook niet terugdringen in dit afscheidsuur.

Toen ik u huis aan huis bezocht voor een laatsten groet, drong het eerst recht tot mij door, hoeveel vreugde en leed wij in al die jaren samen hebben doorleefd. Er zijn in de gemeente slechts weinig gezinnen aan te wijzen, waarin ik niet bijzondere gebeurtenissen — droeve of blijde of beide — mee heb doorgemaakt, die ons onmiskenbaar nauwer aan elkander verbonden.

In vele gezinnen heb ik gestaan, één of meerdere malen, bij de open wieg, in sommige gevallen zelfs tot 5, 6 keer toe — en wij dankten samen den God des Verbonds. Aan tallooze ziekbedden mocht ik spreken van onzen eenigen Redder en Zaligmaker Jezus Christus, Die al onze krankheden op Zich genomen en onze smarten gedragen heeft — en wij gingen met onze smeekingen tot Hèm. Tot hoevelen ook had ik troostwoorden te spreken bij een gesloten kist, in menige familie tot 2, 3 maal toe — en wij riepen met elkander den God des levens aan. Welk een schare jonge menschen kwam tijdens mijn ambtelijke werkzaamheid onder u tot de openbare belijdenis des geloofs, tot vreugde hunner ouders en tot blijdschap van de engelen Gods. Hoevele huwelijken heb ik in het huis des Heeren plechtig mogen bevestigen voor Gods heilig aangezicht. Bijzondere zegeningen, treffende uitreddingen, geestelijke moeilijkheden, maatschappelijke nooden heb ik besproken met ouden en jongen, in uw huis en in het mijne, en met u gebracht voor den troon der genade.

Zie, aan dit alles, en nog zooveel meer, komt thans de herinnering weer boven. En juist dit maakt het scheiden zoo moeilijk. Naarmate men langer met elkander leeft en naarmate men meer tezamen doorleeft, wordt de liefde sterker en hechter en wint zij aan innerlijke kracht. Voor den Apostel Paulus viel het afscheid van de kerk van Efeze. waar hij drie jaren gearbeid had, ongetwijfeld veel zwaarder, dan dat van de gemeente te Tyrus, in wier midden hij slechts zeven dagen had vertoefd.

Toch, geliefden, willen wij ons vanmiddag niet laten wiegen op ons gevoel. Wij zijn in geenendeele gevoel loos, als we mogen verstaan, dat we in een ure als deze moeten boven het gevoel uit, want het is niet door zijn gevoel, maar uit zijn geloof, dat de rechtvaardige leven zal en daarop hebben wij met dubbele waakzaamheid te letten bij een afscheid, dat uit zich zelf reeds zoo vol is van stemming en waarin zooveel is, dat de snaren des gemoeds in beweging brengt.

Dat dan ons gevoel zich gevangen geve aan ons geloof! Laat in ons mogen overheerschen de stemming der dankbaarheid voor wat God ons samen deed ondervinden, voor alles wat Hij ons in en voor elkander deed zijn.

Wij gelooven immers, dat deze scheiding niet door ons, maar door den Heere werd bepaald. Welnu, wanneer wij aan Hem vasthouden en aan Zijn Woord, wanneer wij wandelen in Zijne wegen, dan staan en gaan wij met beide voeten op vasten bodem en wordt in ons de zekerheid en blijde zielerust bestendigd, waarin wij ons, bij alle wisseling en verandering, weten in het blijvend bezit van dien schat, die het duurzaam, eeuwig goed is van ieder, die gelooft.

Wij belijden, dat de Koning der Kerk sommigen heeft gegeven tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten en sommigen tot herders en leeraars: tot de volmaking der heiligen, tot het

Sluiten