Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jezus Christus mogen kennen door het geloof. Geen zonde, zoo groot, of zij wordt vergeven, geen zondaar, zoo diep gevallen, of hij wordt in ontferming aangenomen, uit loutere genade, alleen om der verdiensten van Christus' wij.

Alleen maar — genade onderstelt schuld. Wie genade ontvangen wil, moet schuld belijden. Dat geldt reeds onder de menschen. De fiere houding van een veroordeelde, die weet onschuldig gevonnist te zijn en nu ook weigert gratie te vragen, dwingt bij ieder respect af. Zoo iemand kan ook eigenlijk niet om genade smeeken, doch slechts eischen, dat hem recht gedaan worde.

Toegepast op de Goddelijke vierschaar en op de verhouding van den mensch tot God, ligt de conclusie voor de hand.

Wij kunnen alleen dón den Heere om genade bidden, wanneer wij ons onze schuld bewust zijn en ons zondaren weten en gevoelen. Kan dit in waarheid van ons worden gezegd, dan behoeft ook niets ons te weerhouden, kan niets ons verhinderen, om ootmoedig en vertrouwend God aan te roepen in den Zoon Zijner liefde. Dan zal zulk een gebed, in 't geloof tót Hem opgezonden, ook zeker worden verhoord, want onze God is een God van genade en van groote goedertierenheid.

Genadebetoon is Hem een vreugde. Genade schenken is Zijn lust De Heere is zonder eenige beperking of reserve een God van genade. Zóó heeft Hij Zich aan ons geopenbaard en van ons doen kennen. Hij is, wat Hij heet: de God aller genade. Hoeveel gunst Hij ook bewijst, nooit is Hij uitgeput. Zijn genade heeft geen grenzen, 's Heeren goedheid kent geen palen. In Hem is een volheid van genade. Nooit kan 't geloof te vetl vetwachten. Gods beloften zijn gewis. Ze zijn in Christus Jezus ja en ze zijn in Hem amen.

Zijn onze zonden groot. Gods genade overtreft ze »eer verre. Zijn onze zonden veel, 's Heereh genade is altijd meer. Onze trouwe VerbondsGod is voor al Zijn gekenden de God aller genade, heel hun leven door, van hun geboortestonde aan tot hun stervensure toe. bij den aanvang en bij den voortduur. De Heere bewijst Zijn genade in eiken nood en in iedere omstandigheid. Als uw hart door den Heiligen Geest is wedergeboren en vernieuwd, dan weet gij, dat bij God is een bron van genade, die nimmer verdroogt en waaruit altijd door vernieuwing en versterking u toevloeit, zoodat gij hoe langer hoe meer opwast in de genade. De genade wordt grooter in u en gij wordt grooter in de genade. Omdat die genade in u de macht dei zonde buigt en breekt, uw aarzelend geloof aanvoert en aanvuurt, uw kwijnende liefde verinnigt en vereenigt, uw wankelende hoop versterkt en verwakkert. Altijd en overal is en blijft de Heere dezelfde, genadige, goedertierene God, Wiens ontfermingen geen einde hebben.

God heeft Zich in Zijn Woord met vele namen aan ons geopenbaard. Namen, die ons als evenzoovele facetten van Zijn volzalig Wezen een glimp van Zijn heerlijkheid doen zien. Maar zou er in heel de Schrift wel rijker, troostvoller naam te vinden zijn. dan die yan den God aller genade ? Geen naam is zóó dierbaar en zalig voor 't hart!

Ik heb geloofd en daarom zing ik,

Daarom zing ik van gena. Van ontferming en verlossing Door het bloed van Golgotha. De volmaking der geloovigen is ons gewaarborgd door onze

Sluiten