Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

argument voor zooveel het ontstaan van de splitsing van de Anti* revolutionnaire Partij aangaat, een groot deel van zijn waarde verloren heeft. Wanneer ik dat zeg, herinner ik aan hetgeen reeds met een enkel woord werd aangeroerd, n.1. dat, waar het begin van de Christelijk-Historischen, afgescheiden van de latere organisatie als Unie, teruggaat tot het optreden van de Vrij-Antirevolutionairen als afzonderlijke groep, dit het gevolg was van het verschil over een aantal punten van politieken aard, waarin wij de tegenstelling tusschen Kuyper en De Savornin Lohman ontmoeten. Reeds lang had zich, eigenlijk binnen den kring van de destijds bestaande Antirevolutionaire Partij een spanning doen gevoelen tusschen — men kan het verschillend uitdrukken, maar ik zou het willen noemen — een streng toegepaste dogmatische eenheid en het leven in vrijheid onder deze enkele voorwaarde, dat die vrijheid haar volstrekte begrenzing heeft in de belijdenis van den Christus. Het verschil was voor een deel theologisch en voor een deel juridisch, beter nog, staatsrechtelijk. Dit komen wij telkens tegen waarom het ook niet kan verwonderen, dat, wanneer wij over de politiek spreken, wij ook moeten herinneren aan dogmatische verschillen, zooals het omgekeerd — degenen, die met de geschiedenis, vooral van de laatste 75 jaren bekend zijn, zullen het erkennen — moeilijk is over de Kerk te spreken zonder daarbij ook den Staat te betrekken. Ik kan er natuurlijk niet aan denken dit in bijzonderheden te ontwikkelen, maar het is toch goed er aan te herinneren. Wie ten aanzien van die splitsing formeel op staatsrechtelijk gebied blijft, krijgt m.i. niet het zuivere beeld van hetgeen achter die ongetwijfeld te betreuren splitsing school.

De Savornin Lohman kwam voort uit het Réveil en Kuyper

ja waaruit? Hij was, toen hij als predikant optrad, zooals uit zijn levensbeschrijving bekend is, eigenlijk modern en stond heel ver af van het Réveil. Hij had in Leiden gestudeerd en was daar in de school geweest van Prof. Scholten, die een van de corypheeën was in de dogmatische wetenschap van de theologie, bepaaldelijk van een scherpe formuleering van de begrippen, waarmee in de Christelijke theologie in aanraking wordt gekomen.

Het is ontwijfelbaar, dat zulk een man grooten invloed had op zijn leerlingen, .zooals dit in het algemeen het geval is met gezaghebbende Wetenschappelijke menschen.

Iemand als dr. Kuyper, die in de school van Scholten was geweest, moest, zou ik willen zeggen, een dogmaticus worden; één, die vasthield aan streng geformuleerde dogmatische begrippen en daardoor ook straks zou geleid worden op staatsrechtelijk terrein of eigenlijk op elk terrein van werkzaamheid.

Dat was De Savornin Lohman niet. Ik heb het voorrecht gehad zoowel den invloed van Kuyper als van De Savornin Lohman te ondergaan. Beiden waren geestelijk forsche mannen. Ik herinner mij nog heel goed, dat op de colleges van De Savornin Lohman

Sluiten