Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bekwame mannen, die de partij in de tweede kamer vertegenwoordigen , ons in de laatste weken een droevig schouwspel hebben vertoond. Hunne taktiek was, zooals de heer wintgens het pittig heeft uitgedrukt, levensmiddelen af te snijden, konvooien op te lichten. Natuurlijk: de wissel, op het eigenbelang der kiezers getrokken, moest zooveel mogelijk worden gehonoreerd. Beter en waardiger zou het zijn geweest, óf voorloopig niets te doen, óf de portefeuilles op te eischen en ingrijpende maatregelen voor te stellen.

Mijn bezwaren gelden niet de financieele gevolgen der bestaande regeling, maar die regeling zelve. In de eerste plaats de thans aanbevolen neutraliteit.

In art. 194 der grondwet lezen wij: »De inrichting van het openbaar onderwijs wordt, met eerbiediging van ieders godsdienstige begrippen, door de wet geregeld."

Dit artikel stelt niet een eisch aan den onderwijzer, maar aan den wetgever.

Duidelijk is het voorschrift niet. Het kan beteekenen, dat de wet ieders godsdienstige begrippen tot hun recht zal laten komen, zoowel de begrippen van den rechtzinnige als die van den vrijdenker, zoowel de begrippen van den Gatholiek als die van den Protestant en den Israëliet; het kan beteekenen, dat de wet aan iedere godsdienstige richting die scholen zal verschaffen, waaraan zij behoefte heeft; dat zij geen gemengde scholen zal voorschrijven; — maar het kan ook iets anders beteekenen; het kan ook beteekenen, dat de wet geen andere openbare scholen zal toelaten dan die door ieder, zonder krenking van zijne godsdienstige overtuiging, kunnen worden bezocht.

Het is een alinea, die eene gewenschte vrijheid van bewe-

Sluiten