Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de tegenwoordige wet, «daar zij voor den echten, aan zijn voorouderlijke tradities gehechten Nederlander grievend is," minder lang zal duren dan die van 1806. «Deze toch, zegt hij, ofschoon ook in haar de geest der eeuw niet te miskennen viel, . . . liet ten minste op de scholen de verkondiging toe van gewichtige en aan de meeste Nederlanders hoogst dierbare waarheden. Ik althans herinner mij, dat op de openbare scholen, die ik als kind onder de werking dier wet bezocht, de onderwijzers geen zwarigheid maakten, onbewimpeld over de oorzaken der Hervorming in de zestiende eeuw te spreken, onzen opstand tegen Spanje voor te stellen als veroorzaakt niet slechts door het schenden der privilegiën, maar bovenal door de vervolgingen om den godsdienst; en op willem in te wijzen, ja als den onvermoeiden kampvechter voor de vrijheid van Europa tegen de Fransche overweldiging, maar ook als den verlosser van Groot-Brittannië uit de dreigende kluisters van het Pausdom. En wanneer heden ten dage een ondei-wijzer, die ook slechts van ter zijde het waagt op iets van dien aard te zinspelen, krachtens de bestaande wet op het onderwijs, in zijn bediening moet geschorst worden, dan is het niet te verwonderen, dat velen zich meer en meer beginnen te verontrusten over de strekking van dat onderwijs, en dat zij om die reden de oprichting van bijzondere, zoogenaamde Christelijke scholen "of scholen met den Bijbel trachten te bevorderen, wier vermenigvuldiging aan het openbaar onderwijs wel eens gevoelige, zoo niet doodelijke slagen zou kunnen toebrengen. De vorderingen, die het Catholicisme maakt, vermeerderen de bezwaren van velen tegen de inrichting der openbare scholen. En dus ook met het oog hierop: «Caveant consules, ne quid respublica detrimenti

Sluiten