Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een gewichtig bezwaar tegen de door mij voorgestelde regeling is, dat zóó niet die kleine gemeenten met eene gemengde bevolking gebaat worden, waar slechts van ééne school kan sprake zijn. Vooral in het midden des lands zijn zij rijk gezaaid; in het Noorden en Zuiden treft men ze niet zoo overvloedig aan, terwijl zij op de Veluwe en in Brabant eveneens uitzonderingen zijn. Ook in die kleine gemeenten met een gemengde bevolking zullen de ouders het hoofd der school kiezen. Zoo zal er althans in den geest der meerderheid onderwezen en opgevoed worden. De minderheid zal reden tot klagen hebben, maar zulks is beter dan dat, zooals thans dikwijls het geval is, minderheid en meerderheid beiden ontevreden zijn. Voorts zou men in de wet het getal kinderen kunnen noemen, dat, in geval de school niet in den smaak hunner ouders valt, een afzonderlijke, eenvoudig ingerichte school mag eischen. Zelfs zou men, waar practische en financieele bezwaren de scheiding der kinderen onmogelijk maken, aan het staatstoezicht het recht kunnen geven om, wanneer in eene gemeente met slechts ééne school een zeker aantal ouders het verlangt, den onderwijzer eene beperkte neutraliteit op te leggen, in dién zin, dat het hem vrijgelaten werd leerstellig onderwijs vóór of na de gewone schooluren te geven, maar het hem verboden werd dat onderwijs in het gewone schoolonderwijs in te vlechten. Wanneer men het hersenschimmig en noodlottig denkbeeld van de uniformiteit der volksschool prijs geeft, een denkbeeld, dat niet eens te verwerkelijken is en in Brabant gelijk op de Veluwe tot wetsschennis aanleiding geeft, dan wordt het mogelijk én veroorloofd met plaatselijke behoeften rekening te houden en overal den toestand zoo te regelen, dat men, zonder de

Sluiten