Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toch moet men voor onduldbaren druk niet al te beangst zijn. Vrije vereenigingen zullen, gelijk ook thans, aan minderheden, welke niet door den staat te helpen zijn, levensbestaan verschaffen. Daarenboven zullen de godsdienstige partijen, wanneer zij door »een averechtsche verlichtingspolitiek" niet langer tot heftigen tegenstand geprikkeld worden, een minder driesten en oorlogzuchtigen toon aanslaan dan thans het geval is. Men stelle toch eens wat meer vertrouwen in de menschen, in casu in de ouders en de onderwijzers, en wat minder vertrouwen in de toovermacht van wetten, reglementen en examina, en het zal blijken, dat bergen van theoretische bezwaren, welke door geen redeneering des verstands uit den weg te ruimen zijn, in de practijk veelal tot- molshoopen wegsünken. Of meent men, dat «geloovige ouders" en »geloovige onderwijzers" van nature zoo liefdeloos en bekrompen zijn, dat zij met gretigheid iedere kans zullen aangrijpen om andersdenkenden te ergeren? Ik verwacht, dat zij in den regel het geven van aanstoot zooveel mogelijk zullen vermijden. De scholen onder de wet van 1806 waren, schoon gemengd, niet neutraal; toch hoorde men geen klachten over proselietenmakerij.

Thans wordt er, als eene hoofdonderwijzersplaats vrij komt, vergelijkend examen afgenomen, en het aantal punten, door de verschillende kandidaten behaald, geeft den doorslag. Het gevolg is, dat de onderwijzer, zoolang hij nog niet een standplaats heeft veroverd, welke hem geheel naar den zin is, zijne vrije uren aan onrustige examenstudie wijdt en door dé wet zelve verlokt wordt, slechts een deel van zijn hart aan de school te schenken, waaraan hij tijdelijk verbonden is. Levert nu dat wedrennen der kandidaten ten minste een

Sluiten