Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het geweten der ouders indruischt. Als vrijzinnig man ben ik tegenstander van ieder despotisme en waag ik het tirannie te noemen', wanneer de Staat uit de beurs eener gemengde bevolking put om haar dergelijke eenvormigheid in de opleiding der jeugd te verschaffen als er in de kleeding der soldaten heerscht. Door eene hersenschimmige eenheid na te jagen, heeft men juist het tegendeel erlangd en het vuur der tweedracht, zonder het te willen, in den boezem der natie aangeblazen. Wanneer de overheid de taak van schoolhouder tot zich trekt, dient zij de souvereiniteit der ouders te ontzien en geen luid protest van de zijde van duizenden uit te lokken. Volmondig erken ik, dat er practische bezwaren tegen de keuze van den openbaren onderwijzer door de ouders pleiten. Maar zij verzinken in het niet, wanneer men ze vergelijkt met de grieven, welke het gevolg der thans bestaande regeling zijn: verscheuring van de eenheid der natie, ondragelijk slechte partijgroepeering, een politieke toestand, waarbij men voor- noch achteruit kan en die op den duur den ondergang van den parlementairen regeeringsvorm, van dat groote instrument van vrijheid, na zich moet slepen. Wil men aan ons nationaal bestaan toon en veerkracht terugschenken en te gelijkertijd den landsvrede zooveel mogelijk herstellen, dan schiet er geen ander middel over dan den godsdienststrijd te beperken door hem naar zijn eigen terrein te verwijzen.

Men heeft getracht mijne bezwaren tegen de in zwang zijnde regeling van het openbaar schoolwezen weg te cijferen door eenvoudig te zeggen: »Gij kent de school niet." Ook het Volksblad kwam met die beschuldiging van onkunde voor den dag. Ik antwoordde aan het Volksblad: »Dat is het oude liedje, hetwelk ieder te hooren krijgt, die het waagt

Sluiten