Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ren, poezelig en rijk gekleed, die op u neerzien met minachting. Gij gevoeldet toen heel goed dat die brutale rekels niet met u en uwe makkers gelijk staan in verstand en energie. Maar thans, nu gij, van vijf of zes uur in den morgen, twaalf uren per dag zijt opgesloten in smerige werkplaatsen, en — zelf machine — dag aan dag, jaar op jaar, hare onverbiddelijke bewegingen moet nagaan, terwijl de anderen rustig gingen studeeren in prachtige scholen en universiteiten, nu zijn diezelfde kinderen, minder intelligent, maar beter onderwezen dan gij, uwe meesters geworden, en genieten alle genot des levens en der beschaving; en gij? — wat blijft er over voor u? Gij gaat naar uw kleine vertrek, donker en vochtig, waar vijf of zes menschelijke wezens rondkruipen in een ruimte van eenige ellen; waar uwe moeder, levensmoede, oud door zorgen schoon niet door jaren, u steeds voormaal moet geven een stuk brood, aardappelen en een zwarte vloeistof, ironisch koffie genaamd; en voor éénige afwisseling hebt gij steeds dezelfde vraag: hoe moet de bakker, hoe moet de huisbaas worden betaald?

En hoe! zoudt gij hetzelfde ellendige bestaan voortslepen dat uw vader en uwe moeder nu dertig jaren lang hebben getorscht? Zult gij een geheel leven arbeiden om aan enkelen al de genietingen te verschaffen van welstand, kennis en kunst, en voor u zeiven niets behouden dan voortdurende bezorgdheid voor een stuk brood? Zult gij voor eeuwig afstanddoen van al wat het leven liefelijk kan maken, en uzelven opofferen om al die genietingen te verschaffen aan een «handjevol» luiaards? Zult gij al uwe krachten opgebruiken, en niets dan ellende lijden als de werkeloosheid — de vreeselijke werkeloosheid komt? Wilt gij leven op deze wijze?

Misschien zult gij, het einde van uw lijden niet ziende, u onderwerpen, en zeggen: geheele geslachten hebben hetzelfde lot ondergaan, en ik, die het niet veranderen kan, moet er mij ook aan onderwerpen. Laat-ons dan maar werken en er ons in schikken zoo goed wij kunnen».

Welnu, dan zal het leven zelf u voorlichten!

Sluiten