Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met het verband tusschen psychopathie en genialiteit hebben beziggehouden, geen algeheele overeensteinming bestaat, heeft men hieromtrent toch een aantal belangwekkende gegevens. Sinds Lombroso in 1863 zijn werkje „Genio e follia" het licht deed zien, is de wetenschappelijke wereld haar belangstelling blijven schenken aan de verwantschap, welke tusschen genialiteit en geestesziekte zou bestaan. Nu is genialiteit, als een schepping van cultuurwaarden, een eigenschap, welke haar drager niet slechts hoog opheft boven de massa, maar deze ook buiten de massa plaatst. Een geesteszieke heeft geen cultuurwaarde en heeft slechts met genialiteit gemeen, dat ook zij den drager buiten de massa plaatst. Geesteszieken brengen geen cultuurwaarden voort, komen de gemeenschap niet ten goede en staan zelfs menigmaal vijandig tegenover haar. Des te meer opvallend is dan ook de omstandigheid, dat een zeer groot percentage van genialen psychopathische kenmerken draagt of aan psychotische stoornissen onderhevig is geweest. Lange-Eichbaum, die een grondige studie van het verschijnsel heeft gemaakt, komt zelfs tot de gevolgtrekking, dat onder de algemeen erkende geniale persoonlijkheden 37% psychotid, volgens anderen 80% zware psychopathen, 10% lichte psychopathen en 10% geestelijk-gezonden zouden zijn voorgekomen. Ofschoon deze berekening den toets eener kritiek wellicht niet zal kunnen doorstaan, blijkt toch wel de zeer sterke toename van psychopathische persoonlijkheden onder de genialen, vergeleken met een andere groep van menschen. Onder 30 der meest geniale philosofen vond Herzberg (gecit. bij Lange-Eichbaum) zelfs 56% duidelijk psychopathische persoonlijkheden. Nu zou men kunnen meenen, dat het verschijnsel genialiteit op een persoonlijkheid een zóó fel licht doet vallen, dat haar eigenschappen in een bijzonder daglicht verschijnen en tot een onjuiste beoordeeling aanleiding zouden geven. Elke biographie draagt steeds een subjectief kenmerk, daar de biograaf bij zijn onderzoek een eigen visie geeft op de persoonlijkheid, welke hem boeit. Toch zal men niet kunnen ontkennen, dat het ongebreidelde phantasie-leven, de merkwaardige intuïtie, de oorspronkelijkheid van combinaties van gedachten en vooretellingen, de somtijds drangmatige activiteit en een niets ontziend doorzettingsvermogen, welke eigenschappen men niet zelden juist bij psychopathische persoonlijkheden kan aantreffen, meermalen de kiem van genialiteit in zich dragen. Het is het daemonische in de persoonlijkheid — zooals Kretschmer het uitdrukt — dat den psychopaath niet zelden een glimp van genialiteit kan verleenen. Men zou dan. ook kunnen meenen, dat een buitengewone begaafdheid, gepaard aan een van de norm afwijkende (c.q. psychp-

Sluiten