Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegenwerking en onverschilligheid van de zijde van kortzichtige ouders en andere opvoeders dient men te zijn voorbereid. Men weet, dat vele ouders de gegeven leiding of de adviezen als een inbreuk op een hun toekomend recht kunnen beschouwen, ook indien zij vooraf van dit recht een meer dan spaarzaam gebruik maakten. En toch zijn samenwerking en eensgezindheid een eerste vereischte voor het bereiken van een goed resultaat. Een eerste stap dan ook om werkelijk te geraken tot een vergrooting van het verantwoordelijkheidsbesef bij de ouders van die kinderen, welke op de eene of andere wijze gevaar loopen uit te groeien tot neurotische resp. psychopathische persoonlijkheden — minderwaardig ongetwijfeld ten opzichte van hun aanpassingsvermogen aan de gemeenschap — is dan ook gelegen in een beroep op medewerking van de eigen opvoeders. Hierbij doen zich echter juist bijzondere moeilijkheden voor, welke thans onder het oog dienen te worden gezien.

Het is nl. een ervaringsfeit, dat menigmaal de ouders van neurotische, nerveuze resp. psychopathische kinderen zelf eveneens nerveuze of neurotische persoonlijkheden plegen te zijn. Afgezien van de omstandigheid, dat zij als ouders reeds hierdoor wellicht minder geschikte opvoeders zijn, voorzooverre zij tekort schieten in tact, geduld en eensgezindheid, plegen dergelijke ouders de aanpassingsdefecten hunner kinderen ook slecht te verdragen. Nog worstelend met eigen conflicten, of deze laatste tot een schijn-oplossing gebracht in een wankelen geestelijken evenwichts-toestand, gevoelen zij als het ware intuitief dezelfde of analoge conflicten bij hun kinderen. Vaak ook verbergt zich achter een oogenschijnlijke medewerking een verzet, dat het karakter eener zelfverdediging pleegt aan te nemen. Daarbij komt dan nog, dat nerveuze, neurotische of anderszins geestelijk onevenwichtige persoonlijkheden een bijzondere aantrekkingskracht op elkaar schijnen uit te oefenen en huwelijken tusschen neurotische resp. psychopathische persoonlijkheden veelvuldig voorkomen. In zoodanige gevallen kan althans zeker niet worden verwacht, dat van één van beide zijden een invloed ten goede zal uitgaan, maar veeleer een dergelijk opvoedingssysteem zich beweegt tusschen impulsieve hardheid en bovenmatige verwenning.

Wat baten dan ook — zoo kan men zich verder afvragen — alle pogingen ter verbetering der geestelijke huwelijks-hygiëne, zoolang de groote massa nog bijna volkomen gespeend is van elk begrip omtrent huwelijksvoorlichting? Indien het dan al onmogelijk is het tot stand komen van zoodanige huwelijken te verhinderen: bestaat er dan toch niet de mogelijkheid althans eenig inzicht te verschaffen in

Sluiten