Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons niet, maar verheugt ons; dat men ook daarbij menigmaal gedwaald heeft, ontkennen wij niet, maar de arbeid zelf lacht ons toe, trekt ons aan; ijdel is hij niet en daarin iets te hebben verkregen, nu reeds, voorlang reeds verkregen te hebben, maakt ons gelukkig.

Maar wie bedenkingen in het midden mogen brengen, alle godgeleerden zijD van oordeel, dat een God, die zich niet openbaart, niet te kennen is, zij onderschrijven met eenstemmigheid de spreuk van Hilarius: a Deo discendum quidquid de Deo est intelligendum. En deze eenparigheid van gevoelen, dat algemeene inzigt van de onmogelijkheid hunner wetenschap bij volgehouden ontkenning onzer stelling, kan, dunkt mij, tot hare krachtige aanbeveling strekken, doet ons met gretigheid haar aangrijpen en op den voorgrond plaatsen, niet het minst bij eene gelegenheid als de tegenwoordige. Wereldkundig is het en aan allerlei slag van lieden bekend, dat er op het gebied der Godgeleerdheid een groot verschil van rigtingen bestaat en dat de denkwijzen, die met elkander in strijd liggen, soms hevigen, bitteren strijd, in twee hoofdgroepen tegenover elkander staan. De eene groep wordt gekend aan de verwerping van eene bijzondere openbaring, waaraan de tegenovergestelde vasthoudt, en meent, dat de mensch zonder haar in genoegzame mate God kan leeren kennen uit zich zeiven en door het goddelijke, hetwelk van zijne natuur onafscheidelijk is, geheel anders dus dan de oude Socinianen, die, van natuurlijk vermogen niets willende weten, alle Godskennis aan goddelijke tusschenkomst toeschreven. Maar waar men hemelsbreed verschilt en geenszins den grooten afstand, waarop men van elkander verwijderd is, verbloemt, daar behoeft men toch de punten van vereeniging niet uit het oog te verliezen, daar be-

Sluiten