Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook niet in den godgeleerde, leven en toenemen zonder dat geloof. Vele aardsche idealen mogen onbereikbaar zijn, ze zijn ook ondergeschikt; wie ze moet opgeven, herdenke ze als zoete droomen, hij wordt echter niet gefolterd door duurzame kwelling, ja door het onvervuld blijven leert hij ootmoed, zelfkennis, leert de werkelijkheid digter onder de oogen zien dan hij anders zou gedaan hebben, hij wordt zoowel in het zedelijke als in het godsdienstige een beter mensch dan voorheen, — wanneer hij althans van de harde teleurstelling een wijs gebruik weet te maken. Maar één ideaal is er, waarvan wij, hoe meer wij mensch en waarlijk wijs willen zijn, des te minder ons kunnen losmaken, dat, zoo de verwezenlijking eeuwig uitbleef en zelfs door geen flaauwe schemering zich aankondigde voor de toekomst, eene eeuwige smart ons zou baren, ons zou doen sterven van smart • het is de wensch en de hoop van de goddelijke dingen te weten en dien overeenkomstig te leven, het gevoel van voorwerp der liefde te zijn eens Gods, die zich aan ons persoonlijk gelegen laat zijn. Poog door te dringen tot dat weten, u van die liefde te vergewissen of haar u waardig te maken: elk pogen is hier ijdel zonder goddelijke openbaring, het zou, al gelukte het u ten deele of geheel, u toch niet te vreden stellen. Want ziet, terwijl het ons in aardsche zaken tot niet geringe voldoening is, als iets ons werk, door eigen energie verworven is, binnen den heiligen kring der godsdienst is het anders, daar is het zalig te ontvangen, onvergelijkelijk zaliger dan te geven. Wat de godsdienst den mensch doet genieten, dat is hem iets onmiddellijks, eene gave, hij wil niet dat de herinnering van het eindige er worde tusschen geschoven, hij wil niet, dat het genot er van worde vermengd met iets menschelijks, met berekeningen van hetgeen

Sluiten