Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verheffend, deels fantastisch en dwaas, altijd met eenige willekeur, zonder vasten grond, naar de wisselende, oogenblikkelijke aandrift. Ja, — indien het bovenzinnelijke óf niet bestaat óf ten éénenmale boven 'smenschen bereik is. Dan hebben zij, die honend van de Godgeleerdheid spreken, gelijk, en ook zij doen wel, die, schoon zelf theologen, althans naar hun stand te oordeelen, den naam theologie bij menige gelegenheid met afgrijzen doen voorkomen als den naam van iets, dat in een kwaden reuk staat. Dan ruime de Godgeleerdheid hare plaats voor de godsdienstwetenschap, en deze laatste zal niet, zooals gene, de godsdienst, die de beste wordt gekeurd, maar alle godsdiensten, ook de Heidensche, in behandeling nemen. Zonder twijfel, afgezien van den strijd om den voorrang of de alleenheerschappij, welk godgeleerde zou deze wetenschap niet als eene voortreffelijke medehelpster begroeten en met hare inlichtingen winste doen, waar zij het ruime veld der godsdiensten hem binnen leidt en hare lotgevallen en vormen hem bloot legt bij de verschillende volken? Wie zou bovendien niet met meer dan gewone opmerkzaamheid het oor leenen aan de uitkomsten van het philosophisch onderzoek, waarbij het verschijnsel der godsdienst, na dat het historisch gekend wordt, in zijne bestanddeelen ontleed, in zijne wording en zijn wezen wordt nagevorscht? Maar wat al spoedig de wijsgeer zou verraden, bezit of gemis van godsdienst, dus de meerdére of mindere mate van zijne geschiktheid, om, bij ware sympathie voor het onderwerp, het met juistheid te beoordeelen, dat kan den geschiedschrijver onverschillig zijn: hij neemt aan den mensch, in de geschiedenis, eene eigenschap waar, die men godsdienstig streven kan noemen, maar in hoeverre dit wettig en gegrond is, daarover bekommert hij zich niet,

Sluiten