Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verbeelding, wie weet het niet? is een vermogen, dat zelf snel wordt bezoedeld en dan al wat het aanraakt, misvormt en verontreinigt; de verbeelding heeft nergens een meer uitgestrekt veld, om lustig zich te bewegen en vrijelijk haar spel te spelen, dan op het gebied van het bovenzinnelijke, en de Heidensche godsdiensten leeren ons, hoe juist op dat gebied het minst opgemerkt en het minst er aan gedacht wordt, dat zij bedwang en beteugeling behoeft. Voorwaar, vreemd is het niet, dat haar het meest de teugel gevierd wordt, waar van de Godsopenbaring slechts weinig en dat weinige bovendien slechts gebrekkig wordt gekend. Maar bij Israëls profeten wordt het wezen Gods streng en zuiver gevat, wordt het vast in het oog gehouden, wordt het niet bezoedeld, niet zoo als elders uit elkander gerukt en verbrokkeld. Bij hen eene gezonde beschouwing van de materie, terwijl deze in het Heidendom hier de zonde noodzakelijk, onvermijdelijk doet zijn en ginds tot doorgangs- of louteringsplaats dienen moet van afgevallen geesten, die van het kwade teruggebragt moeten worden.

De voortreffelijkheid van het door hen verkondigde lijdt geen twijfel, maar hoe zullen wij haar het best verklaren ? Uit hunne natuurlijke begaafdheid? Uit de scherpte van hun verstand en het innige hunner vroomheid? Maar, om nu niet van verstandige menschen te spreken, vrome menschen zijn er behalve hen, zijn er ook in het Heidendom geweest, wier opregt en ernstig streven nogtans gefaald heeft door het ontbreken van de ware en de noodige Godskennis. Van waar dat deze al zoekend en tastend haar niet gevonden, de profeten daarentegen haar wel hebben gevonden, en,- naar het ons toeschijnt uit den toon en den inhoud hunner woorden, zelfs zonder tasten en

Sluiten