Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christendoms niet zoo eenvoudig, niet zoo innerlijk waar was, geene waarde had op zich zelve en niet kon losgemaakt worden, in de gedachten althans, van den historischen bodem, uitgeligt uit het overgeleverde vat. Daar de geest meer is dan de vorm en de letter, en de godsdienst eene fontein des levens in ons eigen binnenste is, zoo is het niet onnatuurlijk, dat men geoordeeld heeft: wat in zich zelf zoo klaar is en zoo zeer de getuigenis heeft van ons eigen geweten, daarvan is ook de wording zoo verwonderlijk niet: het is met ons geboren, met ons opgegroeid en tot ontwikkeling gekomen. Zij evenwel, die zich van dit oordeel onthouden, waarom onthouden zij er zich van? Uit halstarrigheid en bekrompenheid? Neen, maar omdat bij deze geheel menschelijke en natuurlijke verklaring voor hun gevoel eene wezenlijke, ja de voornaamste bestanddeelen van de leer der godsdienst verloren gaan. Die, waarin de gezindheid Gods om de zonden te vergeven en de mogelijkheid dier vergiffenis en de heiligheid van Gods toorn, die de vergiffenis noodig deed zijn, de verzoening van den zondaar en zijne verlossing geleerd worden. Heeft de mensch deze leeringen zelf gevonden, uit zich zeiven en uit de wereld en menschenbeschouwing geput, dan denkt hij zich slechts in God wat eigenlijk in hem zei ven omging, het kan zijn, dat aan zijne gedachten en verwachtingen niets beantwoordt in God, dat Gods toorn en Gods genade een schrikbeeld is of een droombeeld der menschelijke voorstelling, want God zelf is niet tot hem gekomen, wat niettemin, daar de zonde wel gekomen is, tot zijne geruststelling allernoodzakelijkst was. Neem eens aan voor een oogenblik, dat er is eene openbaring in de openbaring, eene heilsopenbaring tot heeling en heul voor het verdwaasde en verdwaalde menschengeslacht. Neem eens aan,

Sluiten