Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"dat Hij bij hetgeen de menschen reeds hadden nog iets gegeven heeft van het zijne, hoe onbetwistbaar zijn dan, hoe diep van zin, hoe goddelijk en verheven die axioma's der godgeleerdheid: God is persoonlijkheid, geest, liefde. Omdat Hij dat alles is, daarom heeft Hij nog nader zich doen vernemen, van zijn geest, wiens rijkdom wij niet meten kunnen noch begrenzen mogen, aan sommigen gegeven ten bate van allen. Zijn die axioma's geloofswaarheden voor u, ik vrees, dat zij, geheel als van menschelijken oorsprong, geheel op zich zelve genomen, weldra zeer twijfelachtig zullen worden, om misschien langzamerhand weg te zweven en te verdwijnen. Ik houd het zelfs daarvoor, dat gij ze niet omhelzen zoudt, niet zoudt geleerd hebben zoo bij uitstek hoog te waarderen, indien men eertijds niet geloofd had aan eene bijzondere openbaarwording Gods. En zoo gij in dit geloof, als goed en bestaanbaar slechts op een lageren trap van wetenschap en vroomheid, u niet kunt vinden, gij zult, zoo menigmaal gij het in zijne wording, in zijn langdurig bestaan wilt nagaan en begrijpelijk maken, gedwongen zijn het af te leiden uit de vurige, te vurige ingenomenheid met die axioma's, het diep, te diep gevoel van die grondstellingen i God is persoonlijkheid, God is geest, God is liefde. Denkt u een God, die niets buiten het natuurverband doet, niets daarbuiten geeft of geven kan, worden die grondstellingen, door hem alzoo u te denken, versterkt of verzwakt? Welk een steun mist gij dan voor het geloof aan Gods voorzienigheid, hetwelk alsmede aan dat lagere standpunt zooveel te danken heeft, gelijk dit wederkeerig, volgens u, mede uit dat geloof moet geboren zijn. Met het oude standpunt wijke dan ook de voorstelling van eene liefde Gods, die zich nederbuigt tot ons menschen. Wij hebben meer noodig

Sluiten