Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan een God der natuur en der wettelijke orde, wij behoeven voor de ware godsdienstigheid een God der genade. Bij de nieuwe wereldbeschouwing hoeveel eindigs tusschen ons en God, dien wij volgens haar slechts kennen en zien voor zoover hij in en door het eindige is.

Het moge zijn nut hebben, dat men voor een tijd het begrip eener bijzondere openbaring prijs geeft, om uit ervaring te leeren tot welke uitkomsten men dan geraakt en hoe veel men na de schipbreuk van het oude, waarvan men slechts den gebrekkigen vorm, niet de kern en het wezen omgekomen en weggezonken waant, nog zal overgehouden en gered hebben; het moge waar zijn, dat door het zuiveringsproces, dat men beproefd heeft, inderdaad veel onbruikbaars is opgeruimd en nuttelooze gereedschappen en hulpmiddelen zijn weggespoeld, ik acht, dat de Godgeleerdheid zich zelve benadeelt, wanneer zij de heugenis verliest van wat zij aan dat begrip is verschuldigd, ik acht, dat zij leeft en bloeit juist door dat wat zij uit dat begrip, al stoot zij het van zich, ongemerkt heeft overgenomen en zich toegeëigend, ik acht, dat zij er toe terugkeeren zal als het liefste goed harer jeugd, de onmisbare bron harer mannelijke kracht. Dat God zich heeft geopenbaard, is de idee, waarvan zij zich niet losrukken kan. Heeft hij zich geopenbaard door in den stroom der menschengeslachten en der menschelijke ontwikkeling van zijne waarheid en van zijnen geest te doen instroomen, deze daad, deze reeks van daden maakt het dan mogelijk voor ons, het eindige voorbij, ons tot Hem te verheffen en dat is juist het wezen en de zegen der godsdienst, ons te verheffen tot Hem, den Oneindige, die dan voor ons staat, alsof hij heden en aan ons die daden volbragt, want hij is dezelfde yan voorheen, niet een God der dooden, maar der levenden.

Sluiten