Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij deze voorstelling komt eerst zijne persoonlijkheid en zijne liefde tot haar volle regt, hare werkelijke uiting; en dat zijne openharing eene levende, voortdurende, toenemende is, niet eene dorre, koude, reeds afgeslotene, dat hij, die dezelfde blijft, eens nieuwe daden doen zal, waarvan de reeds verrigtte voorbereiding en aanduiding zijn, daarvan houden we, door die voorstelling en geenszins buiten of zonder haar, ons innig overtuigd. Zelfs zij, die haar verwerpen, deelen haar min of meer, kunnen van haar niet geheel los komen, het allerminst in de beste, meest kritieke oogenblikken van hun leven. Neem het streng met hare uitbanning, het geheele begrip van openbaring ontglipt, vaart weg, het woord zelf moet worden geschrapt. Gij zult het toch geene Godsopenbaring kunnen noemen, wanneer uw God, streng genomen, het product is van uwen aanleg, uw nadenken, van den aanleg, het nadenken van anderen, die voor u waren, het product van hunne en uwe ontluikende, al hooger klimmende zedelijkheid, in stede dat deze, gelijk het de godsdienst verlangt, de vrucht zou zijn der denkwijze aangaande God. Gij zult het toch geene Godsopenbaring kunnen noemen in den hoogsten zin, wanneer eigenlijk de mensch zelf, en niemand dan hij, de ■stomme natuur aan het spreken heeft gebragt en haar eene spraak ontlokt heeft, die niet van elders wordt verduidelijkt, bevestigd, waaraan de Oneindige niet toevoegt wat eerst de taal naar 's menschen hart is. Wordt de Godskennis verkregen door 's menscben religieusen zin en de redelijke vermogens, zijn deze goddelijk van natuur gelijk alles goddelijk is in meerdere of mindere mate, is uwe Godskennis dus niet zoo zeer een raden en ontcijferen van wat gij ziet en ondervindt, als wel een herkennen van het goddelijke buiten u door het goddelijke in u, het komt mij

Sluiten