Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

matig vertrouwt, of wel als jongeling met diens wil en gebod te rekenen, hem zeiven te eerbiedigen heeft en zou kunnen onderstaan zich met den vader te meten, of eindelijk als man inzigt heeft verworven omtrent de liefde der vaderlijke magt en de nuttigheid van hét vaderlijk gebod: nu wil de vader zelf niet meer dan raadsman zijn en helper en vriend, nu is hij eerst waarlijk vader voor den zoon, die hem nu eerst leert verstaan, waarderen al meer en meer. Er moge in de godsdienst eene ontwikkeling zijn, de vader spreekt en handelt anders met den jongeling dan met het kind, met den man anders dan met den jongeling, hij openbaart zich anders en nader naar gelang van de vordering in leeftijd en ontwikkeling. En wat ook uit zich zelf zich tot het hoogste punt mag ontwikkelen, de godsdienst kan het niet, want zij is afhankelijk van Een, die buiten en boven haar is, die eerst iets geven, een nieuwen steun voor haar neerleggen moet, zal zij een nieuwen tred, een tred naar boven kunnen doen. De natuur verschaft onifr een God der natuur, de menschelijke ontwikkeling een menschelijken God; noch aan dezen, noch aan genen hebben wij voor onze ware rust en vreugde tot verzadiging onzer onsterfelijke zielsbehoefte genoeg; die God, dien .wij noodig hebben, wordt het voorwerp onzer kennis niet en onzer vereering, tenzij hij uit zijne hemelsche verborgenheid zich te zien geve aan ons, zich meedeele aan enkelen van ons geslacht, door in hen te leggen een deel van. zijn geest, dien geest, welks gangen en werkingen wij niet kunnen naspeuren met volledigheid, die in niemand onzer, in niemand onzer tijdgenooten zoo ruim en zoo heerlijk geweest is, zoodat ons de ervaring niet in staat stelt, om naauwkeurig te bepalen hoeveel van hetgeen boven den mensch is, in zulk een hoogen, reinen, geestelijken toestand, is

Sluiten