Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangenaam, die meeningen nategaan. Wie zou niet gretig luisteren, waar hij met voelbare toegenegenheid, ja toewijding wordt afgeschilderd als de eerste, die het wezen Gods, ontdaan van alle valsche, enge en onwaardige voorstellingen, onovertreflfelijk juist heeft begrepen en roerend schoon heeft verkondigd, als het hoofd en de meester van alle godgeleerden, die ons wees, wat we uit natuur en leven en eigen inspraak kunnen leeren? En wie zou zoo bevooroordeeld en gesloten van hart willen zijn, dat hij, als verre beneden zijne aandacht, zich trotschelijk afwenden zou van de bezielende schets, op overtuiging en nadenken gegrond, waarbij Jezus bovendien door anderen aangemerkt en aangeprezen wordt als het begin van eene nieuwe reeks, grondlegger van een nieuw geheel, zelf voorwerp der openbaring, als diegene, die zelf eene Godsopenbaring, de laatste, de hoogste, nalaten kon en moest, zich te beroepen, als andere Godsgezanten, op tot hem gekomen openbaringen? Naar den invloed te oordeelen, die van hem is uitgegaan, heeft geen minimum van zonde het evenwigt zijner krachten verbroken; uit een rein hart, van alle schuldgevoel vrij, is zijne leer, is zijn leven voortgekomen en nooit heeft hij zijne betrekking tot den Vader verloochend. Wat de Apostelen in hem gevonden hebben, dat acht ik het grootste te zijn, wat de Godsopenbaring te geven had, de zielespijs, die alleen het ware leven onderhoudt, de gave eener liefde, naar welke God het menschenhart niet te vergeefs, niet eindeloos wilde laten zuchten. Volgens hunne eigene verklaring en bevinding kunt gij met Jezus Christus tfi/jaywog worden, uit welk woord klaarblijkelijk is, dat gij, ook bij het aannemen van eene bijzondere Godsopenbaring in Christus, haar volstrekt niet mechanisch u behoeft te denken.

Sluiten