Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hellingen der bergen zijn niet in hunne rust gestoord; terwijl van het groote museum van lijken, dat zich naar menschelijk bedenken over de geheele aarde moest gevormd hebben als een sprekend, en onbetwistbaar geologisch feit, en ook als een godsdienstig wereldgedenkteeken, nergens iets te bespeuren is.

Wat er werd van bloem en kruid, van de schepselen, die aan het zeestrand aan de grenzen van hoog en laag water leven, van het weekdier en dé polyp en de visch, die in hunne vochtige woonstede eene geschikte diepte en eene passende temperatuur behoeveu , — het zal nutteloos zijn daar verder over te redeneeren, wanneer er, na alles wat omtrent andere punten gezegd is, toch nog personen zijn, die blijven vasthouden aan het denkbeeld, dat het verhaal in Genesis de beschrijving is van eenen watervloed , die over de geheele aarde zich uitstrekte, personen die zich voornemen nog steeds aan zulk eenen

Sluiten