Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedaan. In welke omstandigheden de Godvruchtige, wiens geloof zoo levendig is, zich bevindt, hij kan gemoedigd zijn, en zeggen: met mijnen God diing ik door benden, en met Hem spring ik over muren; hij zingt met een opgeruimd gemoed.

In de grootste smarten,

Blijven onze harten In den Heer gerust.

Het geloof, dat de Heer alles wél zal maken, en met alle nooddruft des ligchaams en der ziel verzorgen, doet, in liefde tot God, aan Hem onderworpen zijn, want het waar Geloof is werkzaam in de liefde.

In de liefde tot God: Het geloof doet zoo veel in God zien en smaken dat de ziel God boven alles kiest, en met Azaph zeggen kan: Wien heb ik nevens U in den hemel, nevens U lust mij ook niets op aarde; bezwijkt mijn vleesch en mijn hart, zoo is God de Rotsteen van mijn hart, en mijn deel in eeuwigheid.

God, hun verzoende Vader is nu door de kracht des geloofe, het voorwerp van de innigste en tefederste liefde. De heiligheid, regtvaardigheid en waarheid, die het gemoed in Hem erkent, ja, de eerbiedige beschouwing van al Zijne hooge deugden; de majesteit en heerlijkheid des Heeren, die zich over al zijne werken, in de natuur en in de genade, verspreiden ; vooral ook de hoogst vrijmagtige liefde waarmede de Heer zijn volk bemint; dat Hij naar zulken omzag; aan zulken Zijnen Zoon schonk, zulke goddeloqzen in zichzelven, die

Sluiten