Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den; zij hebben het waarlijk meer gezet om in het verborgen werkzaam te zijn, dan dit voor anderen , te vertoonen. Met het oppervlakkige kunnen zij zich op den duur niet voldoen. Zij worden er telkens aan ontdekt, als ongenoegzaam om hunne zielen te behouden. Zij kunnen en zullen niet rusten, al zouden zij smeekend en strijdend, tot hunnen dood toe, aan Jezus voeten blijven liggen, voor dat zij geheel bekleed zijn met den mantel van zijne geregtigheid, en zij verzekerd zijn dat niet alleen anderen, maar ook zij het waar, echt en proefhoudend geloof in Jezus Christus bezitten.

Omtrent de echtheid van het waar geloof zullen wij nog kort het een en ander aanmerken.

Als waar en echt geloof wordt het kenbaar in de ootmoedige erkentenis van Gods regtvaardigheid en heiligheid, waardoor Hij de zonden straft, en niet vergeeft zonder volkomen genoegdoening aan Zijne geregtigheid. Wanneer de H. Geest den zondaar wederbaart en aanvankelijk vernieuwt, doet Hij hem deze gewigtige waarheid gelooven en ootmoedig erkennen. Te voren, hetzij hij openbaar in de zonden leefde, of op den grond van eigene geregtigheid neder zat, of als een schijnheilige zich vertoonde; toen hij onbekeerd voortleefde op den weg des verderfs, geloofde hij deze waarheid niet; o, neenl hij verloochende alle Gods deugden, en vroeg met Pharao: wie is de Heer, dat ik Hem zoude kennen en gehoorzamen? Hij mogt het (gelijk dit duizenden doen) met den mond belijden, maar nimmer geloofde hij het toen

Sluiten