Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met zijn hart, dat God te rein van oogen is om het kwade te aanschouwen, en dat Hij daar'door eenen afkeer heeft van alle werkers der ongeregtigheid. Trouwens hoe zou hij anders in de zonden onbekommerd hebben kunnen voortgaan en zich tegen God zijnen maker hebben kunnen blijven verzetten? Maar nu, o ja! nu de H. Geest door middel van het Woord zijn verstand verlichtte en zijn hart aanvankelijk ontsloot, nu erkent hij deze waarheid volkomen; nu ziet en erkent hij het, dat God, regtvaardig, hem lang met den adem van Zijnen mond had kunnen dooden, Hij staat verwondert over de lankmoedigheid Gods in deze. Nu ziet en erkent hij, dat hij Gods heilige wet zoo stout, zoo schandelijk heeft overtreden, en daardoor naar de uitspraak van Gods Woord, zich onder den vloek gebragt heeft; nu erkent hij God als zijnen regter, voor Wien hij schuldig staat, Wien hij billijken moet, indien Hij het vonnis des doods ook over hem uitvoerde. Onder diep gevoel van Gods regt vaardigheid en eigen strafschuld roept hij uit: Ik ben des doods waardig! Het valt moeijelijk te beschrijven, wat de zoodanige gevoelt, die het in waarheid erkent, dat hij de hooge majesteit Gods zoo zeer beleedigd heeft, en dat God die zonden met de hoogste, dat is met de eeuwige straf moet straffen, om hier niet meer bij te voegen. De ontdekte zondaar gelooft en erkent nu datgene wat hij te voren, was het niet door woorden, voorzeker door zijne daden, ontkende. En dat deze erkentenis geene bloote beschou-

Sluiten