Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-«ring des,verstands is, die het hart ongevoélig laat, en den mensch niet waarlijk verootmoedigt, hlijkt, want zij werkt gezigt en gevoel van eigen onwaardigheid en onvermogen. Nu staat de wedergeboren zondaar niet alleen in het gezigt van Gods regtvaardigheid en heiligheid, die hij met zijn hart erkent, maar ook (en dit kan niet anders) ziet hij nu hoe onwaardig hij is; den adem en het leven heeft hij (dit roept hij voor God en menschen uit) verbeurd; met den Tollenaar staat hij van verre, en roept ook: o God wees mij zondaar genadig! Genade! dit is zijn eenige pleitgrond, ofschoon hij erkent haar onwaardig te zijn; hij schaamt en verfoeit zich voor Gods aangezigt. Nu roept hij biddend uit: Zijt mij genadig, o God! naar de grootheid uwer goedertierenheden; delg mijne overtredingen uit, om Uws Naams wille. O! hoe onwaardig acht ha zich den minsten aanblik van Gods gunst èin ontferming; kon hij zich maar diep genoeg verootmoedigen, en als onder het stof bukken. Dit gezigt van onwaardigheid gaat gepaard met gevoel van onvermogen; hij ziet zich duizend talenten schuldig en bezit niet éénen penning ter betaling; hij is arm, jammerlijk, blind en naakt; al zijne geregtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed. Hij is onmagtig om zich te redden, en ook het gansche schepsel heeft niets, om zijne zware schulden te boeten. Dit ziet, dit erkent en gevoelt hij, en dit brengt hem zeer in verlegenheid; want het zijn nu bij hem geene koele beschouwingen, die bij onbekeerde men-

Sluiten