Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geregtigheid nog niet volkomen afgehragt; telkens denkt hij: ik hen zoo slecht, zoo diep rampzalig in mij zei ven; zoude Jezus een zoodanige als ik hen wel willen zaligen? en deze gedachte heneemt hem somtijds allen moed en hoop. Maar van die nietige steunsels, in zich zei ven, wordt hij echter afgehragt; van die blindheid omtrent den weg der verlossing, wordt hij genezen; de Geest die al de gekochten door Jezus bloed wederbaart en leidt, die brengt nu ook door Zijn licht, de ziel van den toevlugtnemenden zondaar, tot omhelzen van, en leven in Christus. Nu worden de nevelen die het geloofsgezigt verduisterden weggevaagd; Nu ziet de begenadigde zondaar, zoo als hij dit nog nooit zag, dat Jezus volkomen zalig maakt; dat zijne volkomene voldoening, zonder dat er iets van het schepsel in aanmerking komt, de eenige en genoegzame grond is van heil eeuwige zaligheid. Ja dat geloofde hij omtrent anderen wel, doch nu gelooft hij het ook voor zich zeiven; nu kan hij ook met eenen Thomas zeggen: Mijn Heer en mijn God! O wat ziet hij nu eene volle algenoegzaamheid voor hem, ja ook voor hém, in den dierbaren Jezus. Het is nu niet alleen: Hij kan en wil, maar ook:

Hij zal in nood, Zelfs bij het nad'ren van den dood, Volkomen uitkomst geven.

Nu omhelst hij Jezus; hij geeft Hem hart en hand, en geeft zich onbepaald aan Hem over. Nu gevoelt hij die zalige vereeniging met Christus; Hij is eene rank van den waren wijn-

Sluiten