Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staat. «Ach! hoe zoude het met mij zijn, denkt een zoodanige, ik ben nog eenswillens met de zonden, en zoude dan Christus in mij wonen?" Zij meenen daarom dat zij nog nimmer onder de ware strijders behoord hebben, en met alles bedrogen zullen uitkomen; doch ai leggen zich bij vernieuwing aan Jezus voeten neder, belijden daar hunne traagheid, en zien daar ook dan wel in, dat zij toch waarlijk een vernieuwd deel bezitten, dat wel zonder zonden zoude wenschen te leven; als ook, dat noch vleesch, noch bloed hun datgene geleerd hebben, wat zij, niet door eigen, maar door Christus kracht, leerden beoefenen. O dat alle geestelijke strijders meer gewapend aan hunne vijanden krachtigen wederstand boden. Hoe gelukkig "rijn zij, wier geloof voor de godvruchtigen niet alleen, maar ook zelfs voor de dienaren der wereld, zigtbaar is in heiligmaking en teedere godzaligheid.

Op de heiligmaking komt het voornamelijk aan; daaruit moet de echtheid van het geloof en de bekeering bijzonder blijken; trouwens, zoude er een waarlijk omhelzen van, en leven in Christus kunnen plaats hebben zonder ware heiligmaking? Zonder heiligmaking bestaat er geen waar geloof in Christus. Wordt de zondaar, die door de wedergeboorte aanvankelijk vernieuwd is, gelijk wij reeds gezien hebben, geregtvaardigd, zoo dat al zijne zonden hem worden vergeven; Jiij wordt ook geheiligd, daar dit niet van eikanderen kan gescheiden worden. In heiligheid bestaat, naar zijn vernieuwd deel,

Sluiten