Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarbij, het weinig gebruik maken van ernstig zich tot den Heere te wenden om licht en kracht, dat zoo velen, die men als heilzoekende menschen beschouwt, en die ook waarlijk wel eenige verandering hebben ondervonden, zoo tusschen hoop en vrees, ja laat ik zeggen, onbekommerd en genoegzaam werkeloos voortleven; waaruit het dan ook blijkt, dat de zaak hen niet drukt, en het hun als eene dragelijke pijn is.

Als men toch in het natuurlijke iets van belang verloren heeft, wat zoekt men ernstig en aanhoudend naar hetzelve; hoe dikwerf keert men tot dezelfde plaatsen weder terug, of men het verlorene ook mogt wedervinden. Hoe dikwerf zoude men niet aankloppen, wanneer men niet spoedig gehoord werd, aan de deur van het huis waarin zich iemand bevond die men gaarne ontmoeten wilde, wanneer men het bij eens aankloppen blijven liet, immers dan zoude men doen blijken dat het ons overschillig was, of men al, dan niet ingelaten werd; zoo ook zoude het bewijzen, als men slechts eenen vlugtigen oogenblik zocht naar iets, en dan naar hetzelve afliet, dat men weinig prijs in het verlies stelde.

, Ach! dat de woorden van den Heiland: Bid, en gij zult ontvangen; zoek, en gij zult vinden; klop, en uw zal open gedaan worden, diep mogten zinken in hunne harten, en dat zij zich mogten afvragen: waarom ontvange en vinde ik niet en waarom worde ik niet ingelaten? Zoude ik wel op de regte wijze zoeken en aan-

Sluiten