Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mering leefden; men ziet niet zelden dat (gelijk ik in den loop eener veeljarige bediening heb waargenomen) hunne harten en monden worden geopend, wanneer het uur van sterven nadert, en men dan, zelfs tot verwondering, eene geloofstaal der zoodanigen hoort, waaruit blijkt, dat de goddelijke Geest de banden des ongeloofs heeft verbroken, en zij, bij Zijn licht, met veel blijdschap de eeuwigheid instappen.

Een leeraar kwam eens aan het krankbed eener vriendin van Jezus; doch die jaren lang in het donkere gewandeld had. Hij ondervroeg haar: hoedanig de gestehHteid van haar gemoed in deze oogenblikken was? (het was slechts weinige dagen vóór haren dood). Ach! was haar antwoord, alles bevindt zich even donker in mijn gemoed; hoe zoude ik zóó kunnen sterven; ik heb geen geloof, en ook geene kracht. De leeraar, door den Heere bestuurd, en haar als een waarlijk opregte kennende, sprak, na meer redenen met haar gewisseld te hebben, ook deze woorden: als het stervenstijd'is, zullen ook de stervenskrachten wel geschóüken worden. Deze woorden had de Heere bijzonder nuttig gemaakt aan haar hart. Weinige dagen daarna, juist op haren sterfdag, kwam wederom de leeraar tot haar; reeds bij zijn intrede in haar ziekvertrek, riep zij met eene verheffing van stem, hem toe: de stervenskrachten zijn mij reeds geschonken; de vrees Voor den dood is mij ontnomen; mijn zwak geloof, was echter opregt geloof; nu is het licht mij opgegaan; Jezus is mijn deel; aan Hem heb ik hart en

Sluiten