Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo gelukkig zij zijn op welker gemoed het geloof eene zalige kracht tot verheerlijking van God, en bevordering van hunne zaligheid oefent, zoo diep ongelukkig zijn zij, die in het geloof volstrekt geene waarde zien, en er zich dus ook geenszins over bekommeren. Dit stukje zal welligt gelezen worden door zoodanige menschen, die, wanneer zij op de inspraak van hun geweten letten, zullen moeten erkennen, dat zij tot dusverre eenen afkeer gevoelden van het zoeken of begeeren van dien grooten schat, waarbij eene geheele wereld niet kan vergeleken worden. Deze, hetzij de wereld meer openbaar of bedekt door hen gediend; hetzij deugden en pligten, als den grond hunner zaligheid beschouwd worden, en zij zorgeloos daarop voortleven, of dat zij eene gedaante van godzaligheid vertoonen, en de kracht derzeive verloochenen, missen, in een leven op die wijze, het waar geloof in Christus. Bedenk dit o mensch! en ach, zaagt gij uw ongeluk in. — Vergadert gij u schatten, die de mot of roest verteren; vermaakt gij u in uwe schoonheid en in de begeerlijkheden dezes levens, vooral gij jongelingen en jonge dochters! O zie dan nog in tijds uwe dwaasheid in, en denk aan het ontzettend woord dat Salomo in zijnen Prediker schreef: weet dat God u om al deze zal doen komen in het gerigte; gij zult .niet terug kunnen blijven, of u kunnen verbergen voor Hem, wiens oogen de gansche aarde doorloopen, en hoe zal dan uwe verschijning voor dien God zijn, die u door zoovele middelen heeft laten

Sluiten