Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11. Wie waren die vrienden?

Elifas, Bildad, Zofar en Elihu. ✓"""S

12. Hoe gedroeg Job^ zich onder dat alles^f Hij zeide: «Dè Heer heeft gegeven, de

Heer heeft genomen, de naam des Heeren zij geloofd!»

13. En hoe werd hij daarvoor beloond?

Hij werd naderhand nog rijker en gelukkiger dan te voren.

Gen. 9 en 11. Job 1, 2 en 42.

5.

1. Wie was Abraham?

De vader der geloovigen, de vriend van God.

2. Wat beloofde God aan hem?

Dat in zijn geslacht alle geslachten der aarde zoudeu geregend worden.

3. Wie was de vrouw van Abraham? Sara.

4. Wat beval God aan Abraham?

Zijn afgodisch vaderland te verlaten, en te gaan naar een land, dat God hem wijzen zou.

5. Hoe oud was Abraham toen? Vijf en zeventig jaren,

6. Nam Abraham ook iemand mede?

Ja; Terach zijn vader en Loth zijn neef; doch Terach stierf op reis.

7. Waar trok Abraham toen heen? Naar het land Kanaan.

8. Bleef Abraham altijd in Kanaan? Neen; door hongersnood trok hij naar

Egypte.

A 5 9. Wat

Sluiten