Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16. Strafte God hen daarvoor?

Ja; God voorzag hen van eene menigte kwakkelen, doch bezocht hen tevens met eene groote plaag.

17. Misdroegen zij zich naderhand nog meer? Op een anderen tijd morden zij weder tegen

God, en werden met vurige slangen bezocht.

18. En hoe werden zij genezen, als zijdaarvan gebeten waren?

Door een koperen slang, die zij slechts hadden aan te zien.

19. Welke zware zonden deden zij nog?

Zij lieten zich verleiden door heidensche vrouwen.

20. Wie had die gezonden?

De koning van Moab, op raad van Bi'leam.

21. Wie was Bileam?

Een heidenseh waarzegger, die Israël wilde vloeken, maar het gedurig moest zegenen.

22. Welke oproermakers waren er onder Israël?

Korach, Dathan en Abiram, die levend dooide aarde verzwolgen werden.

Exod. 13 tot 20. Num. 16, en 22 tot 25.

15.

£ Roe lang zwierven de Israëlieten om in de woestijn?

Veertig jaren lang, tot hun straf, omdat zij Kanaan niet durfden innemen.

2. Welk land hébben zij daarna het eerst ingenomen ?

De koninkrijken van Hesbon en van Bazan.

B 3 3. Wie

Sluiten