Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. Wat wedervoer David en zijn volk nog? De stad Ziklag, waarin hunne vrouwen en

goederen waren, werd geplunderd en verbrand.

6. Wat deed David toen?

Hij versloeg de vijanden, en-kreeg al het zijne weder.

7. Vervolgde Saul hem niet langer?

Saul moest tegen de Philistijnen vechten, die in zijn land gevallen waren.

'8. Hoe liep dat gevecht af?

Israël werd verslagen, en Saul met drie zijner zonen gedood.

9. Wie werd er toen koning?

David werd koning over den stam van Juda.

10. En over de andere stammen?

Daar regeerde Isbóseth, een zoon van Saul, totdat hij vermoord werd en David in zijne plaats kwam.

■11. Roe ging het David in zijne regeering?

Hij overwon al zijne vijanden, en God beloofde hem, dat het koningschap in zijn huis blijven zou. 1 Sam. 18, 25, 30 en 31. 2 Sam. 2 tot 4.

19.

1. Wie leefde er nog van Jonathans' geslacht ? Zijn kreupele zoon, Mephibóseth.

2. Roe handelde David met hem?

Hij schonk hem al zijn ouderlijk goed, en liet hem met zich aan zijne tafel eten.

3. Zijn ons ook groote zonden van Davidbekend? Ja, hij maakte dat Uria gedood werd, om

Bathséba tot vrouw te nemen.

4. Werd

Sluiten