Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nahum, Babakuk, Zephanja, Haggaï, Zacharia en Maleachi.

2. Wanneer heeft deprofeet Hoséa geleefd? Hoséa was een tijdgenoot van Jesaja.

3. Wat weet gij van den profeet Joel? Joël heeft geprofeteerd in een tijd van groote

droogte en misgewas.

4. Wie was Amos?

Amos was een aanzienlijk veehoeder in den tijd van koning Uzzia.

5. Tegen wie heeft Obadja geprofeteerd? Tegen de Edomieten.

6. Waar heeft Jona geprofeteerd?

Jona werd door God naar Ninevé gezonden; maar hij werd bevreesd en voer naar een ander land.

7. Volbracht hij die reis gelukkig?

Neen; daar kwam een zwaar onweder op, het lot werd geworpen, om te weten wiens schuld het was, en nu bekende Jona zijne ongehoorzaamheid.

8. Wat deden zij toen met hem?

Zij wierpen hem in zee, en terstond bedaarde het onweder.

9. Verdronk Jona in de zee?

Neen; een groote visch zwolg hem in en spuwde hem, drie dagen daarna, levend op het strand weder uit.

10. Wat deed Jona toen?

Hij verkondigde aan de Ninevieten, dat hunne stad binnen veertig dagen vergaan zou; maar zij bekeerden zich , en God verschoonde hen.

11. Was Jona daarover niet verblijd?

Hij was verdrietig, dóch werd hierover door God bestraft. C 4 12. Wan-

Sluiten